DEERLIJK – LOURDES - 1983 Zesdaagse tocht
Groepsfoto met alle deelnemers.
Zittend v.l.n.r. Seynhaeve Marc – Seynhaeve Werner – Scherpereel Etienne -
Himpe Willy - Deryckere Luc - Vandenberghe Roger - Vanackere Marcel -
Coorevits John - CHAUFFEUR : Vandevoorde Raphaël
Rechtstaand v.l.n.r. van Putten Chris – Pappyn Chrispijn - Coorevits Roland
Devos Dominique – Santens Rudy – D’Haene André – Putman Michel -
Laevens Roger - Knockaert Norbert - Coopman Rudy - Coreelman Norbert -
Vangheluwe Etienne – De Groote Eddy

ZONDAG 17 JULI 1ste rit
DEERLIJK - NOYON 180 km
Net voor de start nog een kort gesprek tussen voorzitter Norbert Coreelman
en Chris van Putten.
|
Om 6.30 uur komt onze chauffeur Raf Vandevoorde
aan met de camionette. De frigobakken, gevuld met ingevroren flessen water en
diepvrieszakjes worden ingeladen. Daarna begeven we ons naar de startplaats
’t Dammeke, waar talrijke kijklustigen aanwezig zijn.
Bakken fruit, o.a. appels, appelsienen, bananen en citroenen, die ons bezorgd
werden via het duo Knockaert-Vanackere uit Kortrijk zijn reeds opgeladen. De
andere mondvoorraad werd al op zaterdag keurig verpakt en opgestapeld achter de
chauffeurszetel. Wij beginnen met valiezen laden, sportzakken hangen aan de
haken gemaakt door Chris van Putten. De ruimte is wel beperkt. Werner Seynhaeve
laat nog even op zich wachten en uiteindelijk kunnen de portieren dichtgeklapt
worden.
Verzameling wordt geblazen om even foto’s te nemen. De publieke belangstelling
is ondertussen flink toegenomen,
waaronder onze sponsor de heer Liénard van Sani-Perfect, de heer burgemeester,
de schepen van sport en vele familieleden die de start van dit gebeuren niet
willen missen. Onderpastoor Vanhee geeft ons nog de zegen na een korte toespraak
waar hier en daar een zakdoek wordt bovengehaald.
8.00 uur. Kort fluitsignaal en vergezeld van de overige talrijk opgekomen
toeristen gaan we van start. Te St.Lodewijk rijdt Roger Vandenberghe even voorop
om kennissen te groeten die hem daar opwachten en uitwuiven. Bij het
binnenrijden van Celles nog een laatste groetje met een spandoek “Goede reis en
behouden thuiskomst” van de families Putman-Vandenberghe. Na 34 km volgt een
korte halte aan het station van Doornik om afscheid te nemen van onze vrienden
bij ”Sani-Perfect” K.S.V.Deerlijk-Wielertoerisme.
Door het centrum van Doornik volgen wij onze weg richting Douai. Het is een
uitstekend fietsweertje doch met wind in het nadeel. Vandenberghe heeft zich al
op zijn vertrouwde plaats (kop) genesteld en André D’Haene weet ook wel waar hij
zich wringen moet. Even buiten Orchies op de brug over de A23 eerste pechvogel,
lekke band voor de Anzegemnaar Michel Putman. Onze Chauffeur heeft goed zijn les
geleerd en in een minimum van tijd wisselt hij het achterwiel met de hulp van
Michel.
Te Marchiennes wordt onze eerste halte “Bouchain” reeds aangekondigd.
Daar aangekomen (83km-10.05uur) is het kermis, een plaatsje zoeken voor de
volgwagen, de fietsen en een caféterrasje op de hoek. Ieder heeft zijn eigen
bevoorrading mee voor de eerste dag. Onze drinkbussen worden gevuld voor het
tweede ritgedeelte want de warmte heeft ons al dorstig gemaakt. Een vriendelijke
Fransman aan de cafétoog wordt nieuwsgierig en vraagt waar onze reis verder moet
en na onze reiswijzer gezien te hebben belooft hij ons uitstekende wegen die
gaan over kleine dorpjes rond de streek van Cambrai en St.Quentin. Het wegdek is
inderdaad zeer goed en het brengt ons tussen grote tarwevelden die liggen te
glinsteren in de blakende zon. In Caudry even halt waar de weg wordt gevraagd
aan een voorbijrijdende tweewieler, richting Ligny-en-Cambresis. Daar wordt Marc
het tweede slachtoffer, zijn voortube is lek.
Nu en dan krijgen wij het gezelschap van een koppel met een motor afkomstig uit
Vichte die onze reisroute volgt tot Noyon. Om 13.10 uur, na 146 km
bereiken we Vermand de tweede halte. Een open plein begroeid met hoge bomen die ons de
nodige schaduw bezorgt trekt onze aandacht. Alles is verlaten, zelfs het enige
café is gesloten.
Iedereen heeft nochtans behoefte aan een frisse drank. Picknicken dus in het
malse gras. Gelegenheid om te verfrissen is er aan de lavabo’s op het plein,
schoenen en kousen worden uitgetrokken en zelfs het Sani-Perfect truitje van
Etienne Scherpereel. Zijn behaarde body wordt overgoten met het frisse nat. Om
14.05 uur wordt opnieuw gestart voor het laatste gedeelte van 41 km.
Na 12 km voorbij Fluquières rijdt Roger Vandenberghe lek, derde en laatste
pechvogel van de dag. Het weer wordt stilaan meer bewolkt op weg naar Ham, er
komt een zijdelingse wind opzetten. De weg wordt hier wat hellend en op één van
die hoogten raakt het voorwiel van John Coorevits het wiel van Etienne
Vangheluwe waardoor John te gronde gaat. Links en rechts wordt gemanoeuvreerd,
Chris van Putten kan niet tijdig ontwijken en rijdt bovenop de rug van de
gebrilde Coorevits. John’s elleboog vertoont een snijwonde en dank zij de goede
zorgen van Eddy De Groote, onze verpleger, wordt dit euvel hersteld. Terug op de
fiets en voorbij Ham krijgen we de aangewakkerde wind pal op de neus. Roger
Vandenberghe is niet in zijn beste doen vandaag, hij hangt midden in de groep,
wat zeker niet zijn gewoonte is, morgen wellicht beter. Wanneer we om 16.10 uur
aankomen aan hotel “Le Grillon” te Noyon na 187 km, meldt Eddy De Groote ons aan.
Hij loodst ons naar de grote binnenkoer waar een grote garage geschikt is voor
onze fietsen en de volgwagen. Even later na een verfrissend stortbad zitten we
samen buiten op een terrasje na te praten over deze welgeslaagde dag, genietend
van een biertje.(Porter33). Vier verantwoordelijken bekommeren zich om de
bevoorrading van morgen terwijl Norbert Knockaert zorgt voor diepvrieszakjes en
het water. In de garage zijn onze voorzitter Norbert Coreelman en Michel Putman
druk bezig om de fietsen te herstellen en tuben te plakken.
Het avondmaal om 19.00 uur verloopt nogal rumoerig naar het oordeel van een
eenzaam zittend heertje. Geen wonder wanneer 22 losgelaten mannen samen aan
tafel zitten. De verstandhouding is onderling zeer goed en wanneer Knockaert
uithaalt met één van zijn schuine moppen is het lachen geblazen.
Na het
avondmaal worden de petjes Bea-Sport en de truien Westauto’s uitgereikt om
morgen te starten met een vers nieuw pak.
Maandag 18 juli 1983 2de rit
NOYON - FONTAINEBLEAU 193 km
De eerste groepsfoto met de nieuwe kledij van medesponsor West-auto's.
|
Rond 6.30 uur is iedereen druk in de weer en om
7.00 uur zitten we al ongeduldig aan tafel al laat het ontbijt nog even op zich
wachten. Na wat broodjes verorberd te hebben nemen we nog een groepsfoto op de
binnenkoer met onze nieuwe uitrusting van West-auto’s.
8.00 uur: start. Etienne Scherpereel zet zich schrap, de wegwijzer tussen de
remkabel om het te volgen parcours constant onder controle te houden. Richting
Compiègne, na 2 km groot rond punt, Compiègne via Foret. De D165 die ons door
oneindige bossen leidt. Het is zeer bewolkt, na 7 km lekke band voor
Vandenberghe die vlug
herstelt en onmiddellijk terug aan de leiding fietst. Achteraan heeft men een
mooi zicht op die kleurrijke koerstruien, maar ondertussen is de bewolking
toegenomen en begint het te regenen. Iedereen denkt dat het van korte duur is
maar weldra begint het menens te worden. Wanneer Etienne Vangheluwe en Marcel
Vanackere gelijktijdig lek rijden zijn we al drijfnat. Het water loopt al uit
onze schoenen en velen rillen van de koude.
Bij het verlaten van de bossen na
anderhalf uur in de regen te hebben gereden komt de zon er nu en dan eens door,
wij geven haar een hartelijk onthaal. Bij het uitrijden van Pierrefonds staat
rechts een prachtig sprookjesachtig kasteel terwijl we een ferme beklimming
onder de wielen krijgen. Het zonnetje lacht ons weeral toe, nog 30 km voor de
rust en de kans zit er in dat we droog aankomen. Aan km 50 heeft Knockaert
bandbreuk en 8 km verder is het de beurt aan Dominique Devos. Bij het
binnenrijden van May-en-Multien duikt een lange afdaling op. Chrispijn Pappyn
lanceert zich in een ruk van achter naar de kop van het peloton in het midden
van de weg. Hij wordt aangemaand het voortaan kalmer aan te doen en de andere
leden niet in gevaar te brengen.
Liz-sur-Ourcq-84km- 11.10 uur. Eerste halte, het zonnetje heeft onze kleren
droog gemaakt. Open plein, parking, cafeetje op de hoek, meer hoeven we niet te
hebben. Op een lange rij buiten op de stoep pakken we de lunchpakketten aan;
dozen rijst moeten er aan geloven samen met de Franse stokbroden die we
meekregen vanuit het hotel. Na 45min. kunnen we weer van start maar Pappijn mag
eerst nog een ander voorwiel steken. Onmiddellijk na de start krijgen we een
steile klim voor de wielen geschoven, het parcours wordt stilaan heuvelachtig en
kan wel vergeleken worden met onze Ardennen.
Bij het binnenrijden van La Ferté-sur-Jouarre neemt Deryckere nog een foto waar
we de richting Meaux te volgen hebben. De ene heuvel volgt nu de andere op. Eddy
De Groote laat weten dat Rudy Santens problemen heeft. Hij sukkelt met diarree,
heeft nog niets gegeten. Hulpvaardige handen duwen nu en dan onze kleine, de
anders zo gevleugelde klimmer, over de opeenvolgende heuvels.
Om de 5 km werd de kop
vernieuwd door een nieuw duo. Hier aan de leiding bestuurslid Etienne
Scherpereel met voorzitter Norbert Coreelman. Etienne Vangheluwe zit reeds
te lonken om de kop over te nemen.
|
Crésy-la-Chapelle, km 120, links van ons in de diepte rijdt Marc even voorop om
de weg naar Rosary-en-Brie te vinden terwijl Vandenberghe nogmaals lek rijdt.
Een geparkeerde vrachtwagen houdt ons even op en weldra verdwijnen we weer
tussen de beboste heuvelrijen die elkaar harmonisch opvolgen. Bij het schakelen
naar een kleinere versnelling valt de fietsketting van Knockaert in een niet
gewenste stand en raakt zijn versnellingsapparaat klem. Hij wordt opgewacht door
Marc Seynhaeve en na een korte achtervolging sluiten ze weer aan bij de groep.
Eerst nog de drukke weg N4 dwarsen en ons tweede ritgedeelte zit er weeral op.
Rosary-en-Brie, km145, een rustig plaatsje met veel groen en met een park met
bomen en banken die ons schaduw bezorgen. Toch is een frisdrank voor velen
noodzakelijk; een café op de hoek met een schaduwrijk terras brengt de
oplossing. De patron zegt dat gisteren een Belgische groep eveneens op deze
plaats heeft halt gehouden. Rudy Santens ligt uitgestrekt op het gras. Wat heeft
hij al geleden vandaag, hij kan niets naar binnen krijgen. Eddy heeft hem al
pillen tegen diarree bezorgd maar alles moet zijn tijd hebben. 14.50 :
Fluitsignaal en nieuwe start, richting Nangis.
Van Putten neemt een paar foto’s
vanuit de volgwagen. De wegen zijn terug vlakker geworden richting Fontainebleau
via verlaten dorpen zoals Mormant en Bréau. Km 177: lekke band voor Devos.
Tijdens het wielwisselen hebben enkelen hun drinkbussen gevuld, het is erg warm
geworden. Veel schaduw hebben we hier niet meer en de wind is helemaal gaan
liggen.
Na een lange afdaling met vele bochten bij het naderen van de Seine
laat de kop van het peloton de remmen los.
Maar eerst nog een groot kruispunt dwarsen; de remmen piepen van een wagen die
de roekeloze fietsers op het laatste nippertje heeft bemerkt. Gelukkig maar dat
alles hier goed afgelopen is. Ieder beseft dat we hier ontsnapt zijn aan een
mogelijke tragedie.
Een grote brug brengt ons over de Seine, gevolgd door een lange klim door de
bossen van Fontainebleau. Al spoedig bereiken we ons hotel na 193 km. De klok
wijst 16.45 uur. De koer achteraan is de enige berging voor de fietsen en onze
chauffeur heeft alle moeite om de volgwagen op de juiste standplaats volgens de
richtlijnen van de hotelier te krijgen. Onze kamers liggen verspreid over drie
aparte gebouwen. De valiezen worden uitgeladen en Norbert Coreelman kan best
navertellen of er al dan niet zware bij zijn. Bij het optillen van een zwaar
exemplaar bezeert hij zijn rug. Hij heeft alle moeite om zich naar zijn kamer te
begeven. Gelukkig heeft hij nog een behulpzame kamergenoot, Willy Himpe, die
voor de rest van Norbert’s spullen zorgt.
Na een verfrissend stortbad gaan we even op verkenning. Niet ver van het hotel
is een rustig cafeetje waar we even op adem komen na de geleverde inspanningen
van vandaag. Om 19.00 uur gaan we aan tafel en twee uur later kunnen we het
restaurant verlaten. In een café vernemen we van een oudje dat het gaat onweren
en even later begint het inderdaad te regenen. Iets na middernacht, iedereen
ligt inmiddels in bed, begint het zwaar te
donderen en te bliksemen. Gelukkig is de storm voorbij wanneer het ochtend
wordt.
Dinsdag 19 juli 1983 - 3de Rit
FONTAINEBLEAU - CHÂTEAUROUX 220 km
Rudy Santens in actie, reeds een paar dagen onwel, gelukkig is hij er nu
weer bovenop.
|
Vóór het ontbijt worden de fietsen nog even
opgepoetst, de regen heeft de buitenslapende fietsen erg vuil gemaakt. Het
ontbijt verloopt niet zo vlot, de hotelier loopt zo maar weg en weer met zijn
kannetje melk en koffie. Uiteindelijk wanneer iedereen is voldaan wordt de
volgwagen volgeladen. De Chauffeur Raf toont zijn stuurvaardigheid om zonder
kleerscheuren uit de smalle uitrit te komen.
We gaan van start om 8.00 uur en
aan het wondermooie kasteel van Fontainebleau wordt nog een groepsfoto genomen.
We verlaten de stad door het oneindige bos langs de drukbereden N 152. Na 15 Km
te Chapelle-la-Reine links af, terug de secundaire wegen op waar we kilometers ver
kunnen kijken zonder een huis te zien. Langs kronkelende verkeersvrije wegen
tussen tarwevelden rijden we zuidwaarts. Te Fromont na 24 km lekke voortube voor
Werner Seynhaeve.
Châteauroux is nu onze bestemming en daarom verder zuidwaarts over Bellegarde,
nogal drukbereden wegen.
Km 75: Vangheluwe, onze schatbewaarder wordt samen met Raf de chauffeur
vooruitgestuurd om boodschappen te doen in het eerstvolgende dorp waar we dan
ook halt houden.
We rijden over de prachtige Loirebrug en bereiken zo onze
rustplaats, Sully-sur-Loire na 85 km om 11.05. Deze Loirebrug kwam in 1984 in
het nieuws omdat ze instortte door de abnormale hoge waterstand. De streek van
de Loire is bekend voor zijn talrijke kastelen en ook hier staat een prachtig
kasteel aan de oever. Intussen komen Etienne en Raf aan met de bevoorrading.
Inmiddels steekt Santens een ander achterwiel, deze is op het laatst nog
lekgereden. Met Rudy is terug alles in orde, hij kan terug iets eten, hij is
weer de oude.
Na 50min. kunnen we weer van start, een kleine twijfeling omtrent de gewenste
richting en na een paar 100m bandbreuk voor Werner. We rijden weer langs
rustiger wegen, veel groen, hoge loofbomen wisselen af met varens en hoge venen.
Marc maakt er gebruik van om enkele foto’s te nemen van uit de volgwagen.
Het onweder van vannacht heeft ook hier lelijk huisgehouden. Omgeslagen bomen liggen
hier in het midden van de weg. De dorpjes liggen hier 15 à 20km van elkaar. De
wegen zijn hier opvallend vlak en met de weinige wind in de rug maken we
een behoorlijke snelheid zonder iemand pijn te doen. Na 2.15 uur hebben we al 72
km afgelegd. Terug in de bewoonde wereld na 75 km even voor Vierzon houden we
halt om 14.20 uur. Een fris biertje zal ons hier wel deugd doen en onze bassin
wordt terug met water gevuld om onze voeten te verfrissen. Van frisheid
gesproken, het dienstertje is hier ook niet mis. André D’Haene kan niet meer
stil zitten op zijn stoel. De resten van ons lunchpakket moeten er ook aan
geloven.
Na drie kwartier gaan we terug van start. Door de stad Vierzon,
richting
Châteauroux via Issoudun, minder druk dan de N20. Vooraan geeft het duo Roland
Coorevits en Luc Deryckere strak het tempo aan. Ondertussen is het zeer warm
geworden. Achteraan heeft Raf de chauffeur zijn werk om bidons te vullen met
water. Na 14km valt de ketting van Knockaert terug in de verkeerde stand.
Norbert moet terug halt houden terwijl Michel Putman de zoveelste fles water
over zijn body giet. Anderen die zich veilig voelen vooraan worden voorzien van
het nodige nat door de waterdragers.
Bij het binnenkomen van Châteauroux, aan één van de vele lichten ploft André D’Haene
in de grond. Naar zijn zeggen is zijn schoenplaatje blijven steken in de
gesmolten tarmac toen hij wilde vertrekken, verloor hierbij zijn evenwicht met
de gekende gevolgen. Om 17.40 uur na 224km komen we aan het hotel nabij het
station. Fietsen bergen we op in een bijgelegen zaaltje waar we vriendelijk
worden verwelkomd door twee oudere dames.
Er ontstaat paniek bij Marcel Vanackere, zijn portefeuille en eventuele papieren
heeft hij in Fontainebleau laten
liggen op zijn kamer. Hij belt het betrokken hotel op waar men hem geruststelt
dat ze alles zullen huiswaarts sturen. In de grote eetzaal, gezeten aan drie
grote tafels gebruiken wij het avondmaal. Het dagelijks telefoontje van het
thuisfront (Luc Destoop) om 19.00 uur wordt opgenomen door Etienne Vangheluwe.
Woensdag 20 juli 1983 – 4de Rit
CHÂTEAUROUX - ANGOULÊME 211 km
Etienne Scherpereel heeft duidelijk last van de warmte. Hij lijkt wel een
fietsende Arabier ! |
De volgwagen staat voor de ingang van het hotel,
valiezen klaar op de stoep om op te laden na het ontbijt. De contactsleutel van
de wagen is geblokkeerd maar dank zij de technische hulp van Chris van Putten
kunnen we starten.
Marc is verantwoordelijk voor het parcours en gaat even op verkenning om de
goede richting van uit deze drukke stad te vinden. De groep komt op gang om 8.10
uur. Na een paar verkeerslichten zijn we op de goede weg D 925 zuidwaarts.
Zeer
rustige wegen leiden ons door een steppegebied, hier en daar een klein gehuchtje
met boerderijtjes, richting Le Blanc volgend. Daar rijden we over de Creuse, een
riviertje zoals onze Ardeense rivieren de Lesse en de Semois. Na een korte bocht
naar rechts een steile klim met links van ons een enorme ruïne van een kasteel.
De grotere weg N 151 wordt nu gevolgd. 10km van St.Savin gaat Et. Vangheluwe met
Raf terug voorop om boodschappen te doen. Het tempo ligt zeer hoog want als we
daar aankomen na 80 km zijn we slechts 2.25 uur onderweg. (gem.33km)
10.35 uur: St.Savin, rustig dorpje gelegen aan de Gartempe rivier. Etienne
reserveerde reeds een schaduwrijke plaats voor de volgwagen. Op een pleintje is
er een draaipomp met drinkbaar water waar we ons weer kunnen verfrissen, onze
bidons en lege flessen vullen. Aan de overkant van de straat is een caféterras
waar we ons lunchpakket verorberen.
Om 11.20 uur terug een nieuwe start waar een
vriendelijke politieagent ons de goede richting (Lussac) aanwijst. Roland
Coorevits rijdt even voorop om een foto te nemen tijdens de eerste beklimming.
We rijden nu zuidwestwaarts, de rivier Vienne volgend. Even voorbij Lussac langs
de D11 te Persac in een van de vele hellingen komt in een onoverzichtelijke
bocht een lichte vrachtwagen met volle snelheid naar beneden gesnord. De
chauffeur bemerkt ons laattijdig, gaat volledig in de remmen waarbij de wielen
stilstaand over de grove tarmac schuiven, een sterk ruikende rookwolk
achterlatend. We hebben even geluk gehad, we zijn er met de schrik van af.
De
volgende kms brengen ons naar Isle-Jourdain, km124, waar we een omleiding hebben
wegens de markt in het centrum. Een jeugdige bromfietser vergezelt ons tot we
terug op de juiste route (D11) zijn. Na een lange afdaling wanneer we weer langs
de Vienne rijden, rijdt Deryckere lek, eerste pechvogel van de dag. Bij het
binnenkomen van Confolens, onze tweede halte, rijden we over de Viennebrug. Aan
de oever van de rivier houden we halt na 157km om 14.05 uur. Etienne Scherpereel
zit al dadelijk onder een paraplu met een biertje voor zijn neus. Na het eten
vraagt de bazin het gouden boek te ondertekenen wat we graag doen, met volgende
tekst:
“Op 20 juli 1983 houden hier 21 Belgische wielertoeristen uit Deerlijk halt op
weg naar Lourdes voor een zesdaagse trip”
100 meter terug, een pleintje met middenin een fonteintje, stromend water om ons
te verfrissen, bidons te vullen,
petjes nat te maken enz…
Voor velen was het veel te warm ! Rudy Coopman had de meeste moeite om
zijn knieën uit de zon te houden. |
Na 45 min. terug in het zadel, een grotere weg op richting Angoulême. Michel
Putman rijdt lek, de achterhoede maakt van deze korte halte gebruik om nogmaals
de bidons te vullen want het is verschrikkelijk warm. Vanackere en Scherpereel
beschermen hun nek met een witte doek achteraan hun petje, het lijken wel
Arabieren. Laevens en
Marc Seynhaeve steken natte sponsen in de nek, terwijl Rudy Coopman zijn dijen
beschermt met natte doeken. Er wordt van alle kanten gespoten met water tot
groot jolijt van onze chauffeur die zijn handen vol heeft met flessen
water over te gieten in bidons. Aan km 219 rijdt Coreelman achteraan lek en
iedereen houdt halt, terug om water te verkrijgen aan de volgwagen. Bij het
binnenkomen van Angoulême wordt Putman weer de pechvogel, lek vooraan dit keer.
Luc Deryckere stapt het toerismebureau binnen om de weg naar het hotel te
vragen.
Om 17.15 uur komen we aan “Les Trois Pilliers”. Een grote garage herbergt onze
fietsen en de volgwagen.
Met de lift naar boven, nadat Eddy De Groote ons gemeld heeft aan de receptie.
Prachtig hotel met op de kamer
een ….ligbad. Wat een heerlijk gevoel wanneer men kan stoeien met het frisse nat
na zo een hete dag. Rechtover het hotel is een café waar we rustig een koele
pint of een ijsje naar binnen werken. Uitspraak van Norbert Coreelman
“Na een rit waar men veel vocht verliest is het best het nodige vocht tot zich
te nemen”. Het avondmaal wordt zo een 500m verder gebruikt in een restaurant.
Angoulême, een stad om een wandelingetje te maken, af en toe een drankje te
gebruiken (sommigen in de late avond) Te warm om vroeg te slapen, maar toch om
’s morgens terug fit van start te kunnen gaan.
Donderdag 21 juli 1983 - 5de Rit
ANGOULÊME - AGEN 205 km
De dorpsfontein doet dienst als een verfrissende douche voor Chrispijn Pappyn en André D'Haene.
Ook Chris van Putten heeft er zin in. |
In de grote garage onderaan het hotel is het reeds
zeer druk. Iedereen loopt wat gespannen weg en weer met valiezen, eetzakken,
enz… Wanneer alles is ingeladen en de portieren van de wagen dichtklappen is
Scherpereel op zoek naar zijn drinkbus, hij springt terug de lift in hopend zijn bidon te
vinden. Ondertussen is de groep op gang gekomen door het drukke verkeer. Met
drie man wachten we Etienne op en na een tijdje komt hij aangestormd. Een
achtervolging tijdens een lange helling maakt het de achtervolgers niet
gemakkelijk om terug
aansluiting te krijgen.
Smalle wegen, uitgezocht door Chris (in de vroege
morgen) brengen ons weg van de drukke D 939. Na 27 km komen we terug op de
geplande weg richting Ribérac.
Etienne Scherpereel wordt de eerste pechvogel, lek achterwiel te Gurat. Na 45 km
te Palluaud houdt Marc even halt met de volgwagen. Ze hebben terug een
waterkraan ontdekt om de flessen te vullen. Tegenslag, het kraantje is niet van
de beste kwaliteit, slechts een klein straaltje komt er uitgesijpeld bij het
draaien van de draaias.
Terug de fiets op en na een lange achtervolging komen ze
terug bij de groep. Even voorbij Ribérac op één van die lange hellingen zien we
in de verte een groep fietsers voor ons uitrijden die we al spoedig zijn
bijgebeend. Een twaalftal
uit Izegem op weg naar Lourdes kruisen hier onze wegen. Lekke band voor Willy
Himpe aan km75.
We worden voorbij gestoken door de Izegemse volgwagen die we dan even later terugzien te
Mussidan, onze eerste halte na 84km om 11.05uur. Hier is een zeer groot park,
waar we genieten van de nodige schaduw om ons lunchpakket te
verorberen. Een openluchtzwembad doet ons watertanden, maar de tijd ontbreekt
hiervoor. We zijn dan tevreden met een voetbad in onze bassin. Aan de rand van
het plein loopt een diepe beek met daarvoor een waterkraan waar we weer gebruik
van maken. Raf onze chauffeur met bloot bovenlijf krijgt nog eerst een
verfrissend bad onder de kraan.
Om 11.55 uur gaan we terug van start, de weg begint weer heuvelachtig te worden,
een zeer beboste streek waar we gelukkig beschermd worden tegen die brandende
zon. Op één van die hellingen doet Marc nog een sprongetje voorop om een paar
foto’s te nemen. De chauffeur is even fier om met het blote bovenlijf door het
raam te hangen. Kronkelende wegen, bergop, bergaf maken het moeilijk voor het
achter rijdende verkeer. Vooral de chauffeur van een zware tankwagen krijgt het
op de heupen. Met de vlam in de pijp, een stinkende rook, een luid getoeter
suist hij ons voorbij.
We rijden Bergerac binnen, de rivier de Dordogne over. We
volgen de D 933 richting
Miramont, na 5km krijgen we een kanjer van een helling. De weg neemt een grote
lus waar we in de verte een bus zien rijden op een hoger gelegen gedeelte en dat
geldt ook voor ons. Wij rijden hier door de wijnstreek (Bergerac).
En dat is wel aan te zien. Op de flanken zien we ganse rijen druiven die staan
te rijpen in de zon.
De volgwagen moet hier voor de eerste maal de kleinste
versnelling nemen want het tempo ligt hier traag. De dag is nog lang en er staan
nog heel wat hellingen te wachten.
Bij de eerste hectometers van de volgende beklimming, na een spectaculaire
afdaling knalt de voortube van Marc stuk. Gelukkig niet gebeurd tijdens de
afdaling waar de snelheid boven de 70 km lag. Om 14.20 uur bij het binnenrijden
van Miramont na 146 beslissen we halt te houden. Op een groot terras zetten we
ons neer. Hier wordt meer gedronken dan gegeten, hoge temperaturen die we niet
gewoon zijn spelen ons parten. Op het voetpad iets verderop aan een gevel staat
een kraantje dat onmiddellijk overvallen wordt door een paar toeristen.
Bij het nieuwe startsein om 15.10 uur staat Laevens nog op blote voeten en
krijgt daardoor een korte achterstand goed te maken. Werner iets verderop
gezeten aan een oude waterpomp springt vlug recht om de goede trein niet te
missen. De hitte wordt zo hevig dat op vele plaatsen het wegdek begint te
plakken. Gelukkig is hier geen verkeer waar we ten volle de breedte van de weg
kunnen gebruiken.
Aan km163 loopt de achtertube van Chris van Putten langzaam leeg.
Hij stopt en Marc wacht hem op, de weg is hier bestrooid met kiezelsteentjes wat
de achtervolging moeilijk maakt. Onze tuben worden bezet met steentjes en teer.
In een brede bocht verlaten we deze weg en komen op de D 13, het zwaarste
traject van de hele Lourdesreis.
Bij het binnenkomen van Castelmoron, een klein
dorpje zien we opnieuw een waterkraan, opnieuw wordt halt gehouden, bidons
gevuld, voeten met kousen en schoenen onder het stromend water. Chrispijn Pappyn
heeft 50m verderop een openbare fontein gevonden op een pleintje. Deze neemt
daar onmiddellijk zijn stortbad samen met André D’Haene.
De goudvissen gaan geweldig te keer. Rudy Santens gaat nog even kopje onder en
Chris van Putten heeft waarschijnlijk nooit met water mogen spelen toen hij
klein was. Dit alles onder de bespiedende ogen van enkele Franse oudjes op de
bank verderop.
Terug in het zadel om de resterende, maar lastige kms af te leggen. De
klimpartijen volgen elkaar op, de ene na de andere krijgen we te verwerken. Het
wegdek wordt weer erg kiezelachtig, iets verder zijn ze nog bezig met strooien,
we hebben alle moeite om recht te blijven. André D’Haene krijgt het even
moeilijk en de helpende hand van Norbert Knockaert stuwt hem vooruit. De
hellingen zijn zeer lang en Marc Seynhaeve gaat een handje toesteken bij Norbert.
Met zijn drieën rijden ze voorop, de ene bocht na de andere zodat het lijkt
alsof er geen einde aan komt. Pappyn komt even uit de achterhoede met het
verfrissende nat om de hard zwoegende André in de nek te verfrissen. Uiteindelijk krijgen we de top in zicht nabij de hoger
gelegen N121.
We nemen gezamenlijk
de lange brede afdaling die ons leidt naar de stad Agen die we bereiken om 17.35
uur na 207km. Ons hotel
L’Aquitaine aan het station gelegen vinden we dan ook zonder problemen. Een
garage naast het hotel stalt de volgwagen en de fietsen. Na het stortbad nemen
we kennis met de grote kannen bier dit om het nodige verloren vocht bij het
transpireren terug in evenwicht te brengen.
Het restaurant is vlakbij. Gezeten aan een lange tafel zonder gebrek aan wijn
nemen we het avondmaal. Op het terrasje rechtover het station nemen we nog een
slaapmutsje om er morgen voor de laatste dag Agen-Lourdes fris
bij te zijn.
Vrijdag 22 juli 1983 6de rit
AGEN - LOURDES 164 km
Roger Laevens, 's morgens bij de start van de laatste rit voelde hij zich
niet al te best, maar in de namiddag deed hij opnieuw dienst als kopman. |
Om 7.30uur, gezeten aan een lange tafel nemen we het ontbijt. Waar blijft Roger
Laevens? Pappyn, zijn kamergenoot, ook laattijdig naar beneden gekomen meldt ons
dat Roger ziek is. Uiteindelijk komt hij naar beneden, eten kan hij niet naar
binnen krijgen. Waarschijnlijk is het
slaapmutsje hem minder goed bevallen. Voor de laatste dag mag hij nu geen forfait
meer geven.
Als de klok 8.00 uur slaat kunnen we vertrekken, de hotelier zwaait ons goede
reis toe. Over de Garonne rijden we zuidwaarts naar Condom toe. Bij het verlaten
van de N21 en de secundaire weg te zijn ingereden nemen we snel hoogte, in de
achtergrond zien we de pas aangelegde autobaan van Bordeaux naar Perpignan. We
rijden door een prachtig natuurgebied, hier en daar een klein dorpje, waar
vooral de gele zonnebloemen erg in trek zijn. Ganse velden van die naar de zon
opkijkende bloemen lachen ons toe. Kleine heuveltjes volgen elkaar op en waar de
auto’s geen weg meer vinden trekken wij verder door de geelgroene velden. De
ketting van Putman kiest de slechte positie, even afstappen, opgewacht door een
drietal komen ze terug bij.
Aan km57, een wegsplitsing waar de wegwijzers niet meer zo duidelijk zijn nemen
we inlichtingen aan een tractorchauffeur, deze stuurt ons de gemakkelijkste maar
wel de langste weg op. Laevens, terug opgelapt door het speciale drankje van
Pappyn, rijdt weer in de voorste gelederen. Bij de eerste halte te Vic-Fézenzac
om 11.00 uur na 78km is het marktdag. Een parkeerplaats in de drukte wordt
opgezocht voor de volgwagen om dan aan één van de talrijke terrasjes ons
lunchpakket te gebruiken. Een kaasboer op de markt heeft zijn handen vol met de
hongerige toeristen die zo maar het dorpje binnenvallen.
Chauffeur Raphaël Vandevoorde altijd paraat om een handje toe te steken. |
Na 50 min. terug op de fiets door de vallei van de Osse-rivier. De wegen zijn
zeer vlak, het weder is goed, de hittegolf is voorbij, ietwat bewolkt, een
uitstekend fietsweertje. Te Villecomtal-sur-Arros aan km 130 houden we nog even
halt waar we onze blauwe Sani-Perfect truitjes aantrekken. Na 12 km terug
gefietst te hebben komen we opnieuw in een heuvelachtig gebied richting Tarbes.
Bij het binnenkomen zien we reeds de eerste wegwijzers Lourdes staan, iedereen
begint er in te geloven. Nog 19 lange km scheiden ons van ons doel.
Tarbes-Lourdes N21: een zeer drukke weg waar vele Belgische wagens ons voorbijsteken.
Rechts zien we het vliegveld en verder de spoorlijn die ons
morgen reeds terug huiswaarts zal brengen. Ons advies is dan ook rechtstreeks
naar de Lourdes grot te rijden, ten einde nog enkele foto’s of dia’s te nemen.
Bij het binnenkomen van Lourdes laten we ons één voor één tussen het gewoel van
auto’s door de nauwe straten leiden naar de religieuze grot waar we eindelijk
aankomen aan de poort met in de achtergrond de machtige kathedraal. Ons doel is
bereikt, ietwat aangedaan, een moeilijk te beschrijven gevoel, stellen we ons
klaar om foto’s vast te leggen. We begeven ons even later naar het hotel aan het
station.
Er ontstaat nog even paniek wanneer het overeengekomen telefoontje van
het thuisfront niet binnenkomt. De echtgenote’s van Etienne Vangheluwe en Et.Scherpereel
die ons zijn nagereisd kunnen eveneens het hotel niet telefonisch bereiken.
Later blijkt dat het aangegeven tlf. nummer niet het goede was. Norbert Coreelman
belt dan zelf even het thuisfront op en zo komen we terug in verbinding via
mevrouw Coreelman. Het avondmaal laat te wensen over, veel te weinig voor de 22
vermoeide, doch gelukkige wielertoeristen.
’s Avonds bij onze avondwandeling begint het te stortregenen en na een kort
verblijf in het café rechtover het hotel gaan we slapen.
Zaterdag 23 juli - bergrit
LOURDES - COL D'AUBISQUE - LOURDES
|
Lage wolken schuiven voorbij over het Pyrenese
bedevaartsoord. Het weer ziet er helemaal niet goed uit. Voor de vrijwilligers
wordt er een bergrit ingeschakeld met de beklimmingen van de Soulor en de
Aubisque, en hiervoor komen 14 dapperen aan de start.
Chris van Putten moet
noodgedwongen forfait geven, hij heeft knieproblemen.
Ook de volgwagen blijft op stal want in die mistige hoogvlakten moeten er geen
risico’s genomen worden.
Om 8.30 uur wordt de start gegeven en Luc Deryckere legt er onmiddellijk een
hoog tempo op. Het wordt vlug duidelijk dat dit geen rit wordt zoals de andere,
het wordt ieder voor zichzelf, vrij tempo dus.
Na 13km te Argelès-Gazost
bij het verlaten van de N21 zijn er nog 11 koplopers. Hier
krijgen we onmiddellijk een steile klim van 10-13%, daarna gaat het over naar
vals plat. Het tempo wordt steeds aangegeven door Luc Deryckere en Roland
Coorevits en wanneer de weg terug steiler wordt zijn er opnieuw drie
achterblijvers. Door het rustige dorpje Augen zien we reeds de wijzerplaat
Arrens, de plaats waar de beklimming begint. De bergtoppen verdwijnen in de
donkere wolken. Aan km25 te Arrens, een korte bocht naar rechts doet ons terug
naar de kleine plateau schakelen.
Eddy De Groote laat weten dat hier de Soulor begint. Daar het hier bosrijk is en
we reeds boven de 1000m hoogte zitten wordt de mist dikker en dikker. Talrijke
bochten volgen elkaar op en na een korte tempoversnelling van Pappyn moeten
Coorevits en Deryckere de rol lossen zodat nog drie man aan het commando
overblijven: Eddy De Groote, Chrispijn Pappyn en Marc Seynhaeve. Doch niet voor
lang,wanneer Marc en Eddy het tempo nog opdrijven moet ook Chrispijn plooien en
gaat hij volledig de mist in. Op de top van de Soulor geeft Eddy er de brui aan,
hij wenst niet verder te rijden wegens de dikke mist en wacht de anderen op.
Marc gaat alleen verder tijdens de twee km lange afdaling tussen de Soulor en de
Aubisque. Links een heuvelrug van rotspartijen en rechts, ja wie weet
niets te zien.
Na een paar korte tunneltjes begint de eigenlijke slotklim van de Aubisque.
De top (1709m)wordt bereikt en dit is voor velen zeker zwaar genoeg
voor een eerste kennismaking met een Franse Pyrenese col.
Op de foto v.l.n.r Luc Deryckere, Chrispijn Pappyn, Roland Coorevits. Op de
tweede rij Norbert Knockaert, Dominique Devos. Op de derde rij Roger Laevens,
Michel Putman. Boven Rudy Coopman en Marc Seynhaeve. |
Zo komt de rest één voor één naar boven, waar een warme koffie in het Chalet
boven, uitgebaat door een dame uit Aalst, ons veel deugd doet. Na het iets
optrekken van de mist vangen we de terugweg aan. Bij de afdaling van de Soulor
glijdt Norbert Knockaert nog even uit in één van de vele bochten, doch kan
zonder erg zijn weg verder zetten. Gezamenlijk komen we terug aan het hotel,
waar de camionette al goed gevuld werd met goed verpakte fietsen, vakkundig
opgestapeld door Norbert Coreelman. Na ons stortbad kunnen we eveneens onze
fietsen keurig en netjes in de wagen plaatsen. De vrije namiddag wordt te baat
genomen om de basiliek en nog even de grot te bezoeken en verder in de vele
straatjes en winkeltjes rond te slenteren.
Inmiddels is in de vooravond onze
volgwagen bestuurd door Raf Vandevoorde en Werner Seynhaeve als begeleider
vertrokken voor de terugreis.
Onze treinreis werd gepland om 23.00 uur. De zondag kort na de middag komen we
aan in het station van Kortrijk waar de vrouwtjes ons opwachten. Vermoeid en
voldaan nemen we afscheid om enkele weken daarna terug elkaar te ontmoeten voor
een etentje samen met de vrouwen. We kunnen nagenieten van de talrijke foto’s en
dia’s.
Dit was voor ons allen een zeer geslaagde trip die ons nog lang in het geheugen
zal blijven.
Auteur: Marc Seynhaeve
Rudy Coopman en Chrispijn Pappyn samen op kop.
|
Twee boezemvrienden naast elkaar Etienne Scherpereel en Etienne Vangheluwe.
|
John Coorevits en Roger Vandenberghe.
|
Aankomst in Lourdes. Roger Laevens,
Roland Coorevits, Luc Deryckere, Chris van Putten en Raphaël Vandevoorde
klinken op de goede afloop.
|
Genieten in een ontspannende sfeer. Rudy Coopman, Dominique Devos, Marcel Vanackere,
Norbert Knockaert.
|
Werner Seynhaeve, Norbert Coreelman, Willy Himpe en André D'Haene.
|
Door het zonnige weer kreeg iedereen een bruin kleurtje. Chrispijn Pappyn,
Roger Laevens, Roland Coorevits.
|
Michel Putman, Rudy Santens, Roger Vandenberghe en Marc Seynhaeve die
schrikt van de camera. |
Blij weerzien na zes dagen in afzondering tussen de echtgenotes Etienne
Vangheluwe, mevrouw Scherpereel, Etienne Scherpereel en mevrouw Vangheluwe. |
Top