DEERLIJK – LOURDES - 1983 Zesdaagse tocht


Groepsfoto met alle deelnemers.


Zittend v.l.n.r. Seynhaeve Marc – Seynhaeve Werner – Scherpereel Etienne -
Himpe Willy - Deryckere Luc - Vandenberghe Roger - Vanackere Marcel -
Coorevits John - CHAUFFEUR : Vandevoorde Raphaël

Rechtstaand v.l.n.r. van Putten Chris – Pappyn Chrispijn - Coorevits Roland
Devos Dominique – Santens Rudy – D’Haene André – Putman Michel -
Laevens Roger - Knockaert Norbert - Coopman Rudy - Coreelman Norbert -
Vangheluwe Etienne – De Groote Eddy
 


 

ZONDAG 17 JULI 1ste rit
DEERLIJK - NOYON 180 km


Net voor de start nog een kort gesprek tussen voorzitter Norbert Coreelman en Chris van Putten.

Om 6.30 uur komt onze chauffeur Raf Vandevoorde aan met de camionette. De frigobakken, gevuld met ingevroren flessen water en diepvrieszakjes worden ingeladen. Daarna begeven we ons naar de startplaats ’t Dammeke, waar talrijke kijklustigen aanwezig zijn.
Bakken fruit, o.a. appels, appelsienen, bananen en citroenen, die ons bezorgd werden via het duo Knockaert-Vanackere uit Kortrijk zijn reeds opgeladen. De andere mondvoorraad werd al op zaterdag keurig verpakt en opgestapeld achter de chauffeurszetel. Wij beginnen met valiezen laden, sportzakken hangen aan de haken gemaakt door Chris van Putten. De ruimte is wel beperkt. Werner Seynhaeve laat nog even op zich wachten en uiteindelijk kunnen de portieren dichtgeklapt worden.
Verzameling wordt geblazen om even foto’s te nemen. De publieke belangstelling is ondertussen flink toegenomen, waaronder onze sponsor de heer Liénard van Sani-Perfect, de heer burgemeester, de schepen van sport en vele familieleden die de start van dit gebeuren niet willen missen. Onderpastoor Vanhee geeft ons nog de zegen na een korte toespraak waar hier en daar een zakdoek wordt bovengehaald.
8.00 uur. Kort fluitsignaal en vergezeld van de overige talrijk opgekomen toeristen gaan we van start. Te St.Lodewijk rijdt Roger Vandenberghe even voorop om kennissen te groeten die hem daar opwachten en uitwuiven. Bij het binnenrijden van Celles nog een laatste groetje met een spandoek “Goede reis en behouden thuiskomst” van de families Putman-Vandenberghe. Na 34 km volgt een korte halte aan het station van Doornik om afscheid te nemen van onze vrienden bij ”Sani-Perfect” K.S.V.Deerlijk-Wielertoerisme.
Door het centrum van Doornik volgen wij onze weg richting Douai. Het is een uitstekend fietsweertje doch met wind in het nadeel. Vandenberghe heeft zich al op zijn vertrouwde plaats (kop) genesteld en André D’Haene weet ook wel waar hij zich wringen moet. Even buiten Orchies op de brug over de A23 eerste pechvogel, lekke band voor de Anzegemnaar Michel Putman. Onze Chauffeur heeft goed zijn les geleerd en in een minimum van tijd wisselt hij het achterwiel met de hulp van Michel.
Te Marchiennes wordt onze eerste halte “Bouchain” reeds aangekondigd. Daar aangekomen (83km-10.05uur) is het kermis, een plaatsje zoeken voor de volgwagen, de fietsen en een caféterrasje op de hoek. Ieder heeft zijn eigen bevoorrading mee voor de eerste dag. Onze drinkbussen worden gevuld voor het tweede ritgedeelte want de warmte heeft ons al dorstig gemaakt. Een vriendelijke Fransman aan de cafétoog wordt nieuwsgierig en vraagt waar onze reis verder moet en na onze reiswijzer gezien te hebben belooft hij ons uitstekende wegen die gaan over kleine dorpjes rond de streek van Cambrai en St.Quentin. Het wegdek is inderdaad zeer goed en het brengt ons tussen grote tarwevelden die liggen te glinsteren in de blakende zon. In Caudry even halt waar de weg wordt gevraagd aan een voorbijrijdende tweewieler, richting Ligny-en-Cambresis. Daar wordt Marc het tweede slachtoffer, zijn voortube is lek.
Nu en dan krijgen wij het gezelschap van een koppel met een motor afkomstig uit Vichte die onze reisroute volgt tot Noyon. Om 13.10 uur,  na 146 km bereiken we Vermand de tweede halte. Een open plein begroeid met hoge bomen die ons de nodige schaduw bezorgt trekt onze aandacht. Alles is verlaten, zelfs het enige café is gesloten.
Iedereen heeft nochtans behoefte aan een frisse drank. Picknicken dus in het malse gras. Gelegenheid om te verfrissen is er aan de lavabo’s op het plein, schoenen en kousen worden uitgetrokken en zelfs het Sani-Perfect truitje van Etienne Scherpereel. Zijn behaarde body wordt overgoten met het frisse nat. Om 14.05 uur wordt opnieuw gestart voor het laatste gedeelte van 41 km.
Na 12 km voorbij Fluquières rijdt Roger Vandenberghe lek, derde en laatste pechvogel van de dag. Het weer wordt stilaan meer bewolkt op weg naar Ham, er komt een zijdelingse wind opzetten. De weg wordt hier wat hellend en op één van die hoogten raakt het voorwiel van John Coorevits het wiel van Etienne Vangheluwe waardoor John te gronde gaat. Links en rechts wordt gemanoeuvreerd, Chris van Putten kan niet tijdig ontwijken en rijdt bovenop de rug van de gebrilde Coorevits. John’s elleboog vertoont een snijwonde en dank zij de goede zorgen van Eddy De Groote, onze verpleger, wordt dit euvel hersteld. Terug op de fiets en voorbij Ham krijgen we de aangewakkerde wind pal op de neus. Roger Vandenberghe is niet in zijn beste doen vandaag, hij hangt midden in de groep, wat zeker niet zijn gewoonte is, morgen wellicht beter. Wanneer we om 16.10 uur aankomen aan hotel “Le Grillon” te Noyon na 187 km, meldt Eddy De Groote ons aan. Hij loodst ons naar de grote binnenkoer waar een grote garage geschikt is voor onze fietsen en de volgwagen. Even later na een verfrissend stortbad zitten we samen buiten op een terrasje na te praten over deze welgeslaagde dag, genietend van een biertje.(Porter33). Vier verantwoordelijken bekommeren zich om de bevoorrading van morgen terwijl Norbert Knockaert zorgt voor diepvrieszakjes en het water. In de garage zijn onze voorzitter Norbert Coreelman en Michel Putman druk bezig om de fietsen te herstellen en tuben te plakken.
Het avondmaal om 19.00 uur verloopt nogal rumoerig naar het oordeel van een eenzaam zittend heertje. Geen wonder wanneer 22 losgelaten mannen samen aan tafel zitten. De verstandhouding is onderling zeer goed en wanneer Knockaert uithaalt met één van zijn schuine moppen is het lachen geblazen.
Na het avondmaal worden de petjes Bea-Sport en de truien Westauto’s uitgereikt om morgen te starten met een vers nieuw pak.

 

Maandag 18 juli 1983 2de rit
NOYON - FONTAINEBLEAU 193 km


De eerste groepsfoto met de nieuwe kledij van medesponsor West-auto's.

Rond 6.30 uur is iedereen druk in de weer en om 7.00 uur zitten we al ongeduldig aan tafel al laat het ontbijt nog even op zich wachten. Na wat broodjes verorberd te hebben nemen we nog een groepsfoto op de binnenkoer met onze nieuwe uitrusting van West-auto’s.
8.00 uur: start. Etienne Scherpereel zet zich schrap, de wegwijzer tussen de remkabel om het te volgen parcours constant onder controle te houden. Richting Compiègne, na 2 km groot rond punt, Compiègne via Foret. De D165 die ons door oneindige bossen leidt. Het is zeer bewolkt, na 7 km lekke band voor Vandenberghe die vlug herstelt en onmiddellijk terug aan de leiding fietst. Achteraan heeft men een mooi zicht op die kleurrijke koerstruien, maar ondertussen is de bewolking toegenomen en begint het te regenen. Iedereen denkt dat het van korte duur is maar weldra begint het menens te worden. Wanneer Etienne Vangheluwe en Marcel Vanackere gelijktijdig lek rijden zijn we al drijfnat. Het water loopt al uit onze schoenen en velen rillen van de koude.
Bij het verlaten van de bossen na anderhalf uur in de regen te hebben gereden komt de zon er nu en dan eens door, wij geven haar een hartelijk onthaal. Bij het uitrijden van Pierrefonds staat rechts een prachtig sprookjesachtig kasteel terwijl we een ferme beklimming onder de wielen krijgen. Het zonnetje lacht ons weeral toe, nog 30 km voor de rust en de kans zit er in dat we droog aankomen. Aan km 50 heeft Knockaert bandbreuk en 8 km verder is het de beurt aan Dominique Devos. Bij het binnenrijden van May-en-Multien duikt een lange afdaling op. Chrispijn Pappyn lanceert zich in een ruk van achter naar de kop van het peloton in het midden van de weg. Hij wordt aangemaand het voortaan kalmer aan te doen en de andere leden niet in gevaar te brengen.
Liz-sur-Ourcq-84km- 11.10 uur. Eerste halte, het zonnetje heeft onze kleren droog gemaakt. Open plein, parking, cafeetje op de hoek, meer hoeven we niet te hebben. Op een lange rij buiten op de stoep pakken we de lunchpakketten aan; dozen rijst moeten er aan geloven samen met de Franse stokbroden die we meekregen vanuit het hotel. Na 45min. kunnen we weer van start maar Pappijn mag eerst nog een ander voorwiel steken. Onmiddellijk na de start krijgen we een steile klim voor de wielen geschoven, het parcours wordt stilaan heuvelachtig en kan wel vergeleken worden met onze Ardennen.
Bij het binnenrijden van La Ferté-sur-Jouarre neemt Deryckere nog een foto waar we de richting Meaux te volgen hebben. De ene heuvel volgt nu de andere op. Eddy De Groote laat weten dat Rudy Santens problemen heeft. Hij sukkelt met diarree, heeft nog niets gegeten. Hulpvaardige handen duwen nu en dan onze kleine, de anders zo gevleugelde klimmer, over de opeenvolgende heuvels.
Om de 5 km werd de kop vernieuwd door een nieuw duo. Hier aan de leiding bestuurslid Etienne Scherpereel met voorzitter Norbert Coreelman. Etienne Vangheluwe zit reeds te lonken om de kop over te nemen.

Crésy-la-Chapelle, km 120, links van ons in de diepte rijdt Marc even voorop om de weg naar Rosary-en-Brie te vinden terwijl Vandenberghe nogmaals lek rijdt. Een geparkeerde vrachtwagen houdt ons even op en weldra verdwijnen we weer tussen de beboste heuvelrijen die elkaar harmonisch opvolgen. Bij het schakelen naar een kleinere versnelling valt de fietsketting van Knockaert in een niet gewenste stand en raakt zijn versnellingsapparaat klem. Hij wordt opgewacht door Marc Seynhaeve en na een korte achtervolging sluiten ze weer aan bij de groep. Eerst nog de drukke weg N4 dwarsen en ons tweede ritgedeelte zit er weeral op. Rosary-en-Brie, km145, een rustig plaatsje met veel groen en met een park met bomen en banken die ons schaduw bezorgen. Toch is een frisdrank voor velen noodzakelijk; een café op de hoek met een schaduwrijk terras brengt de oplossing. De patron zegt dat gisteren een Belgische groep eveneens op deze plaats heeft halt gehouden. Rudy Santens ligt uitgestrekt op het gras. Wat heeft hij al geleden vandaag, hij kan niets naar binnen krijgen. Eddy heeft hem al pillen tegen diarree bezorgd maar alles moet zijn tijd hebben. 14.50 : Fluitsignaal en nieuwe start, richting Nangis.
Van Putten neemt een paar foto’s vanuit de volgwagen. De wegen zijn terug vlakker geworden richting Fontainebleau via verlaten dorpen zoals Mormant en Bréau. Km 177: lekke band voor Devos. Tijdens het wielwisselen hebben enkelen hun drinkbussen gevuld, het is erg warm geworden. Veel schaduw hebben we hier niet meer en de wind is helemaal gaan liggen.
Na een lange afdaling met vele bochten bij het naderen van de Seine laat de kop van het peloton de remmen los.
Maar eerst nog een groot kruispunt dwarsen; de remmen piepen van een wagen die de roekeloze fietsers op het laatste nippertje heeft bemerkt. Gelukkig maar dat alles hier goed afgelopen is. Ieder beseft dat we hier ontsnapt zijn aan een mogelijke tragedie.
Een grote brug brengt ons over de Seine, gevolgd door een lange klim door de bossen van Fontainebleau. Al spoedig bereiken we ons hotel na 193 km. De klok wijst 16.45 uur. De koer achteraan is de enige berging voor de fietsen en onze chauffeur heeft alle moeite om de volgwagen op de juiste standplaats volgens de richtlijnen van de hotelier te krijgen. Onze kamers liggen verspreid over drie aparte gebouwen. De valiezen worden uitgeladen en Norbert Coreelman kan best navertellen of er al dan niet zware bij zijn. Bij het optillen van een zwaar exemplaar bezeert hij zijn rug. Hij heeft alle moeite om zich naar zijn kamer te begeven. Gelukkig heeft hij nog een behulpzame kamergenoot, Willy Himpe, die voor de rest van Norbert’s spullen zorgt.
Na een verfrissend stortbad gaan we even op verkenning. Niet ver van het hotel is een rustig cafeetje waar we even op adem komen na de geleverde inspanningen van vandaag. Om 19.00 uur gaan we aan tafel en twee uur later kunnen we het restaurant verlaten. In een café vernemen we van een oudje dat het gaat onweren en even later begint het inderdaad te regenen. Iets na middernacht, iedereen ligt inmiddels in bed, begint het zwaar te donderen en te bliksemen. Gelukkig is de storm voorbij wanneer het ochtend wordt.

 

Dinsdag 19 juli 1983 - 3de Rit
FONTAINEBLEAU - CHÂTEAUROUX 220 km


Rudy Santens in actie, reeds een paar dagen onwel, gelukkig is hij er nu weer bovenop. 

Vóór het ontbijt worden de fietsen nog even opgepoetst, de regen heeft de buitenslapende fietsen erg vuil gemaakt. Het ontbijt verloopt niet zo vlot, de hotelier loopt zo maar weg en weer met zijn kannetje melk en koffie. Uiteindelijk wanneer iedereen is voldaan wordt de volgwagen volgeladen. De Chauffeur Raf toont zijn stuurvaardigheid om zonder kleerscheuren uit de smalle uitrit te komen.
We gaan van start om 8.00 uur en aan het wondermooie kasteel van Fontainebleau wordt nog een groepsfoto genomen. We verlaten de stad door het oneindige bos langs de drukbereden N 152. Na 15 Km te Chapelle-la-Reine links af, terug de secundaire wegen op waar we kilometers ver kunnen kijken zonder een huis te zien. Langs kronkelende verkeersvrije wegen tussen tarwevelden rijden we zuidwaarts. Te Fromont na 24 km lekke voortube voor Werner Seynhaeve.
Châteauroux is nu onze bestemming en daarom verder zuidwaarts over Bellegarde, nogal drukbereden wegen.
Km 75: Vangheluwe, onze schatbewaarder wordt samen met Raf de chauffeur vooruitgestuurd om boodschappen te doen in het eerstvolgende dorp waar we dan ook halt houden.
We rijden over de prachtige Loirebrug en bereiken zo onze rustplaats, Sully-sur-Loire na 85 km om 11.05. Deze Loirebrug kwam in 1984 in het nieuws omdat ze instortte door de abnormale hoge waterstand. De streek van de Loire is bekend voor zijn talrijke kastelen en ook hier staat een prachtig kasteel aan de oever. Intussen komen Etienne en Raf aan met de bevoorrading.
Inmiddels steekt Santens een ander achterwiel, deze is op het laatst nog lekgereden. Met Rudy is terug alles in orde, hij kan terug iets eten, hij is weer de oude.
Na 50min. kunnen we weer van start, een kleine twijfeling omtrent de gewenste richting en na een paar 100m bandbreuk voor Werner. We rijden weer langs rustiger wegen, veel groen, hoge loofbomen wisselen af met varens en hoge venen. Marc maakt er gebruik van om enkele foto’s te nemen van uit de volgwagen. Het onweder van vannacht heeft ook hier lelijk huisgehouden. Omgeslagen bomen liggen hier in het midden van de weg. De dorpjes liggen hier 15 à 20km van elkaar. De wegen zijn hier opvallend vlak en met de weinige wind in de rug maken we een behoorlijke snelheid zonder iemand pijn te doen. Na 2.15 uur hebben we al 72 km afgelegd. Terug in de bewoonde wereld na 75 km even voor Vierzon houden we halt om 14.20 uur. Een fris biertje zal ons hier wel deugd doen en onze bassin wordt terug met water gevuld om onze voeten te verfrissen. Van frisheid gesproken, het dienstertje is hier ook niet mis. André D’Haene kan niet meer stil zitten op zijn stoel. De resten van ons lunchpakket moeten er ook aan geloven.
Na drie kwartier gaan we terug van start. Door de stad Vierzon, richting Châteauroux via Issoudun, minder druk dan de N20. Vooraan geeft het duo Roland Coorevits en Luc Deryckere strak het tempo aan. Ondertussen is het zeer warm geworden. Achteraan heeft Raf de chauffeur zijn werk om bidons te vullen met water. Na 14km valt de ketting van Knockaert terug in de verkeerde stand. Norbert moet terug halt houden terwijl Michel Putman de zoveelste fles water over zijn body giet. Anderen die zich veilig voelen vooraan worden voorzien van het nodige nat door de waterdragers.
Bij het binnenkomen van Châteauroux, aan één van de vele lichten ploft André D’Haene in de grond. Naar zijn zeggen is zijn schoenplaatje blijven steken in de gesmolten tarmac toen hij wilde vertrekken, verloor hierbij zijn evenwicht met de gekende gevolgen. Om 17.40 uur na 224km komen we aan het hotel nabij het station. Fietsen bergen we op in een bijgelegen zaaltje waar we vriendelijk worden verwelkomd door twee oudere dames.
Er ontstaat paniek bij Marcel Vanackere, zijn portefeuille en eventuele papieren heeft hij in Fontainebleau laten liggen op zijn kamer. Hij belt het betrokken hotel op waar men hem geruststelt dat ze alles zullen huiswaarts sturen. In de grote eetzaal, gezeten aan drie grote tafels gebruiken wij het avondmaal. Het dagelijks telefoontje van het thuisfront (Luc Destoop) om 19.00 uur wordt opgenomen door Etienne Vangheluwe.

 

Woensdag 20 juli 1983 – 4de Rit
CHÂTEAUROUX - ANGOULÊME 211 km


Etienne Scherpereel heeft duidelijk last van de warmte. Hij lijkt wel een fietsende Arabier !

De volgwagen staat voor de ingang van het hotel, valiezen klaar op de stoep om op te laden na het ontbijt. De contactsleutel van de wagen is geblokkeerd maar dank zij de technische hulp van Chris van Putten kunnen we starten.
Marc is verantwoordelijk voor het parcours en gaat even op verkenning om de goede richting van uit deze drukke stad te vinden. De groep komt op gang om 8.10 uur. Na een paar verkeerslichten zijn we op de goede weg D 925 zuidwaarts.
Zeer rustige wegen leiden ons door een steppegebied, hier en daar een klein gehuchtje met boerderijtjes, richting Le Blanc volgend. Daar rijden we over de Creuse, een riviertje zoals onze Ardeense rivieren de Lesse en de Semois. Na een korte bocht naar rechts een steile klim met links van ons een enorme ruïne van een kasteel. De grotere weg N 151 wordt nu gevolgd. 10km van St.Savin gaat Et. Vangheluwe met Raf terug voorop om boodschappen te doen. Het tempo ligt zeer hoog want als we daar aankomen na 80 km zijn we slechts 2.25 uur onderweg. (gem.33km)
10.35 uur: St.Savin, rustig dorpje gelegen aan de Gartempe rivier. Etienne reserveerde reeds een schaduwrijke plaats voor de volgwagen. Op een pleintje is er een draaipomp met drinkbaar water waar we ons weer kunnen verfrissen, onze bidons en lege flessen vullen. Aan de overkant van de straat is een caféterras waar we ons lunchpakket verorberen.
Om 11.20 uur terug een nieuwe start waar een vriendelijke politieagent ons de goede richting (Lussac) aanwijst. Roland Coorevits rijdt even voorop om een foto te nemen tijdens de eerste beklimming.
We rijden nu zuidwestwaarts, de rivier Vienne volgend. Even voorbij Lussac langs de D11 te Persac in een van de vele hellingen komt in een onoverzichtelijke bocht een lichte vrachtwagen met volle snelheid naar beneden gesnord. De chauffeur bemerkt ons laattijdig, gaat volledig in de remmen waarbij de wielen stilstaand over de grove tarmac schuiven, een sterk ruikende rookwolk achterlatend. We hebben even geluk gehad, we zijn er met de schrik van af.
De volgende kms brengen ons naar Isle-Jourdain, km124, waar we een omleiding hebben wegens de markt in het centrum. Een jeugdige bromfietser vergezelt ons tot we terug op de juiste route (D11) zijn. Na een lange afdaling wanneer we weer langs de Vienne rijden, rijdt Deryckere lek, eerste pechvogel van de dag. Bij het binnenkomen van Confolens, onze tweede halte, rijden we over de Viennebrug. Aan de oever van de rivier houden we halt na 157km om 14.05 uur. Etienne Scherpereel zit al dadelijk onder een paraplu met een biertje voor zijn neus. Na het eten vraagt de bazin het gouden boek te ondertekenen wat we graag doen, met volgende tekst:
“Op 20 juli 1983 houden hier 21 Belgische wielertoeristen uit Deerlijk halt op weg naar Lourdes voor een zesdaagse trip”
100 meter terug, een pleintje met middenin een fonteintje, stromend water om ons te verfrissen, bidons te vullen, petjes nat te maken enz…

Voor velen was het veel te warm ! Rudy Coopman had de meeste moeite om zijn knieën uit de zon te houden.
Na 45 min. terug in het zadel, een grotere weg op richting Angoulême. Michel Putman rijdt lek, de achterhoede maakt van deze korte halte gebruik om nogmaals de bidons te vullen want het is verschrikkelijk warm. Vanackere en Scherpereel beschermen hun nek met een witte doek achteraan hun petje, het lijken wel Arabieren. Laevens en Marc Seynhaeve steken natte sponsen in de nek, terwijl Rudy Coopman zijn dijen beschermt met natte doeken. Er wordt van alle kanten gespoten met water tot groot jolijt van onze chauffeur die zijn handen vol heeft met flessen water over te gieten in bidons. Aan km 219 rijdt Coreelman achteraan lek en iedereen houdt halt, terug om water te verkrijgen aan de volgwagen. Bij het binnenkomen van Angoulême wordt Putman weer de pechvogel, lek vooraan dit keer. Luc Deryckere stapt het toerismebureau binnen om de weg naar het hotel te vragen.
Om 17.15 uur komen we aan “Les Trois Pilliers”. Een grote garage herbergt onze fietsen en de volgwagen.
Met de lift naar boven, nadat Eddy De Groote ons gemeld heeft aan de receptie. Prachtig hotel met op de kamer een ….ligbad. Wat een heerlijk gevoel wanneer men kan stoeien met het frisse nat na zo een hete dag. Rechtover het hotel is een café waar we rustig een koele pint of een ijsje naar binnen werken. Uitspraak van Norbert Coreelman “Na een rit waar men veel vocht verliest is het best het nodige vocht tot zich te nemen”. Het avondmaal wordt zo een 500m verder gebruikt in een restaurant.
Angoulême, een stad om een wandelingetje te maken, af en toe een drankje te gebruiken (sommigen in de late avond) Te warm om vroeg te slapen, maar toch om ’s morgens terug fit van start te kunnen gaan.

 

Donderdag 21 juli 1983 - 5de Rit
ANGOULÊME - AGEN 205 km


De dorpsfontein doet dienst als een verfrissende douche voor Chrispijn Pappyn en André D'Haene. Ook Chris van Putten heeft er zin in.

In de grote garage onderaan het hotel is het reeds zeer druk. Iedereen loopt wat gespannen weg en weer met valiezen, eetzakken, enz… Wanneer alles is ingeladen en de portieren van de wagen dichtklappen is Scherpereel op zoek naar zijn drinkbus, hij springt terug de lift in hopend zijn bidon te vinden. Ondertussen is de groep op gang gekomen door het drukke verkeer. Met drie man wachten we Etienne op en na een tijdje komt hij aangestormd. Een achtervolging tijdens een lange helling maakt het de achtervolgers niet gemakkelijk om terug aansluiting te krijgen.
Smalle wegen, uitgezocht door Chris (in de vroege morgen) brengen ons weg van de drukke D 939. Na 27 km komen we terug op de geplande weg richting Ribérac.
Etienne Scherpereel wordt de eerste pechvogel, lek achterwiel te Gurat. Na 45 km te Palluaud houdt Marc even halt met de volgwagen. Ze hebben terug een waterkraan ontdekt om de flessen te vullen. Tegenslag, het kraantje is niet van de beste kwaliteit, slechts een klein straaltje komt er uitgesijpeld bij het draaien van de draaias.
Terug de fiets op en na een lange achtervolging komen ze terug bij de groep. Even voorbij Ribérac op één van die lange hellingen zien we in de verte een groep fietsers voor ons uitrijden die we al spoedig zijn bijgebeend. Een twaalftal uit Izegem op weg naar Lourdes kruisen hier onze wegen. Lekke band voor Willy Himpe aan km75. We worden voorbij gestoken door de Izegemse volgwagen die we dan even later terugzien te Mussidan, onze eerste halte na 84km om 11.05uur. Hier is een zeer groot park, waar we genieten van de nodige schaduw om ons lunchpakket te verorberen. Een openluchtzwembad doet ons watertanden, maar de tijd ontbreekt hiervoor. We zijn dan tevreden met een voetbad in onze bassin. Aan de rand van het plein loopt een diepe beek met daarvoor een waterkraan waar we weer gebruik van maken. Raf onze chauffeur met bloot bovenlijf krijgt nog eerst een verfrissend bad onder de kraan.
Om 11.55 uur gaan we terug van start, de weg begint weer heuvelachtig te worden, een zeer beboste streek waar we gelukkig beschermd worden tegen die brandende zon. Op één van die hellingen doet Marc nog een sprongetje voorop om een paar foto’s te nemen. De chauffeur is even fier om met het blote bovenlijf door het raam te hangen. Kronkelende wegen, bergop, bergaf maken het moeilijk voor het achter rijdende verkeer. Vooral de chauffeur van een zware tankwagen krijgt het op de heupen. Met de vlam in de pijp, een stinkende rook, een luid getoeter suist hij ons voorbij.
We rijden Bergerac binnen, de rivier de Dordogne over. We volgen de D 933 richting  Miramont, na 5km krijgen we een kanjer van een helling. De weg neemt een grote lus waar we in de verte een bus zien rijden op een hoger gelegen gedeelte en dat geldt ook voor ons. Wij rijden hier door de wijnstreek (Bergerac). En dat is wel aan te zien. Op de flanken zien we ganse rijen druiven die staan te rijpen in de zon.
De volgwagen moet hier voor de eerste maal de kleinste versnelling nemen want het tempo ligt hier traag. De dag is nog lang en er staan nog heel wat hellingen te wachten.
Bij de eerste hectometers van de volgende beklimming, na een spectaculaire afdaling knalt de voortube van Marc stuk. Gelukkig niet gebeurd tijdens de afdaling waar de snelheid boven de 70 km lag. Om 14.20 uur bij het binnenrijden van Miramont na 146 beslissen we halt te houden. Op een groot terras zetten we ons neer. Hier wordt meer gedronken dan gegeten, hoge temperaturen die we niet gewoon zijn spelen ons parten. Op het voetpad iets verderop aan een gevel staat een kraantje dat onmiddellijk overvallen wordt door een paar toeristen.
Bij het nieuwe startsein om 15.10 uur staat Laevens nog op blote voeten en krijgt daardoor een korte achterstand goed te maken. Werner iets verderop gezeten aan een oude waterpomp springt vlug recht om de goede trein niet te missen. De hitte wordt zo hevig dat op vele plaatsen het wegdek begint te plakken. Gelukkig is hier geen verkeer waar we ten volle de breedte van de weg kunnen gebruiken.
Aan km163 loopt de achtertube van Chris van Putten langzaam leeg. Hij stopt en Marc wacht hem op, de weg is hier bestrooid met kiezelsteentjes wat de achtervolging moeilijk maakt. Onze tuben worden bezet met steentjes en teer. In een brede bocht verlaten we deze weg en komen op de D 13, het zwaarste traject van de hele Lourdesreis.
Bij het binnenkomen van Castelmoron, een klein dorpje zien we opnieuw een waterkraan, opnieuw wordt halt gehouden, bidons gevuld, voeten met kousen en schoenen onder het stromend water. Chrispijn Pappyn heeft 50m verderop een openbare fontein gevonden op een pleintje. Deze neemt daar onmiddellijk zijn stortbad samen met André D’Haene.
De goudvissen gaan geweldig te keer. Rudy Santens gaat nog even kopje onder en Chris van Putten heeft waarschijnlijk nooit met water mogen spelen toen hij klein was. Dit alles onder de bespiedende ogen van enkele Franse oudjes op de bank verderop.
Terug in het zadel om de resterende, maar lastige kms af te leggen. De klimpartijen volgen elkaar op, de ene na de andere krijgen we te verwerken. Het wegdek wordt weer erg kiezelachtig, iets verder zijn ze nog bezig met strooien, we hebben alle moeite om recht te blijven. André D’Haene krijgt het even moeilijk en de helpende hand van Norbert Knockaert stuwt hem vooruit. De hellingen zijn zeer lang en Marc Seynhaeve gaat een handje toesteken bij Norbert. Met zijn drieën rijden ze voorop, de ene bocht na de andere zodat het lijkt alsof er geen einde aan komt. Pappyn komt even uit de achterhoede met het verfrissende nat om de hard zwoegende André in de nek te verfrissen. Uiteindelijk krijgen we de top in zicht nabij de hoger gelegen N121.
We nemen gezamenlijk de lange brede afdaling die ons leidt naar de stad Agen die we bereiken om 17.35 uur na 207km. Ons hotel  L’Aquitaine aan het station gelegen vinden we dan ook zonder problemen. Een garage naast het hotel stalt de volgwagen en de fietsen. Na het stortbad nemen we kennis met de grote kannen bier dit om het nodige verloren vocht bij het transpireren terug in evenwicht te brengen.
Het restaurant is vlakbij. Gezeten aan een lange tafel zonder gebrek aan wijn nemen we het avondmaal. Op het terrasje rechtover het station nemen we nog een slaapmutsje om er morgen voor de laatste dag Agen-Lourdes fris bij te zijn.

 

Vrijdag 22 juli 1983 6de rit
AGEN - LOURDES 164 km


Roger Laevens, 's morgens bij de start van de laatste rit voelde hij zich niet al te best, maar in de namiddag deed hij opnieuw dienst als kopman.

Om 7.30uur, gezeten aan een lange tafel nemen we het ontbijt. Waar blijft Roger Laevens? Pappyn, zijn kamergenoot, ook laattijdig naar beneden gekomen meldt ons dat Roger ziek is. Uiteindelijk komt hij naar beneden, eten kan hij niet naar binnen krijgen. Waarschijnlijk is het slaapmutsje hem minder goed bevallen. Voor de laatste dag mag hij nu geen forfait meer geven.
Als de klok 8.00 uur slaat kunnen we vertrekken, de hotelier zwaait ons goede reis toe. Over de Garonne rijden we zuidwaarts naar Condom toe. Bij het verlaten van de N21 en de secundaire weg te zijn ingereden nemen we snel hoogte, in de achtergrond zien we de pas aangelegde autobaan van Bordeaux naar Perpignan. We rijden door een prachtig natuurgebied, hier en daar een klein dorpje, waar vooral de gele zonnebloemen erg in trek zijn. Ganse velden van die naar de zon opkijkende bloemen lachen ons toe. Kleine heuveltjes volgen elkaar op en waar de auto’s geen weg meer vinden trekken wij verder door de geelgroene velden. De ketting van Putman kiest de slechte positie, even afstappen, opgewacht door een drietal komen ze terug bij.
Aan km57, een wegsplitsing waar de wegwijzers niet meer zo duidelijk zijn nemen we inlichtingen aan een tractorchauffeur, deze stuurt ons de gemakkelijkste maar wel de langste weg op. Laevens, terug opgelapt door het speciale drankje van Pappyn, rijdt weer in de voorste gelederen. Bij de eerste halte te Vic-Fézenzac om 11.00 uur na 78km is het marktdag. Een parkeerplaats in de drukte wordt opgezocht voor de volgwagen om dan aan één van de talrijke terrasjes ons lunchpakket te gebruiken. Een kaasboer op de markt heeft zijn handen vol met de hongerige toeristen die zo maar het dorpje binnenvallen.

Chauffeur Raphaël Vandevoorde altijd paraat om een handje toe te steken.
Na 50 min. terug op de fiets door de vallei van de Osse-rivier. De wegen zijn zeer vlak, het weder is goed, de hittegolf is voorbij, ietwat bewolkt, een uitstekend fietsweertje. Te Villecomtal-sur-Arros aan km 130 houden we nog even halt waar we onze blauwe Sani-Perfect truitjes aantrekken. Na 12 km terug gefietst te hebben komen we opnieuw in een heuvelachtig gebied richting Tarbes.
Bij het binnenkomen zien we reeds de eerste wegwijzers Lourdes staan, iedereen begint er in te geloven. Nog 19 lange km scheiden ons van ons doel. Tarbes-Lourdes N21: een zeer drukke weg waar vele Belgische wagens ons voorbijsteken. Rechts zien we het vliegveld en verder de spoorlijn die ons morgen reeds terug huiswaarts zal brengen. Ons advies is dan ook rechtstreeks naar de Lourdes grot te rijden, ten einde nog enkele foto’s of dia’s te nemen.
Bij het binnenkomen van Lourdes laten we ons één voor één tussen het gewoel van auto’s door de nauwe straten leiden naar de religieuze grot waar we eindelijk aankomen aan de poort met in de achtergrond de machtige kathedraal. Ons doel is bereikt, ietwat aangedaan, een moeilijk te beschrijven gevoel, stellen we ons klaar om foto’s vast te leggen. We begeven ons even later naar het hotel aan het station.
Er ontstaat nog even paniek wanneer het overeengekomen telefoontje van het thuisfront niet binnenkomt. De echtgenote’s van Etienne Vangheluwe en Et.Scherpereel die ons zijn nagereisd kunnen eveneens het hotel niet telefonisch bereiken. Later blijkt dat het aangegeven tlf. nummer niet het goede was. Norbert Coreelman belt dan zelf even het thuisfront op en zo komen we terug in verbinding via mevrouw Coreelman. Het avondmaal laat te wensen over, veel te weinig voor de 22 vermoeide, doch gelukkige wielertoeristen.
’s Avonds bij onze avondwandeling begint het te stortregenen en na een kort verblijf in het café rechtover het hotel gaan we slapen.

 

Zaterdag 23 juli - bergrit
LOURDES - COL  D'AUBISQUE - LOURDES



Lage wolken schuiven voorbij over het Pyrenese bedevaartsoord. Het weer ziet er helemaal niet goed uit. Voor de vrijwilligers wordt er een bergrit ingeschakeld met de beklimmingen van de Soulor en de Aubisque, en hiervoor komen 14 dapperen aan de start.
Chris van Putten moet noodgedwongen forfait geven, hij heeft knieproblemen. Ook de volgwagen blijft op stal want in die mistige hoogvlakten moeten er geen risico’s genomen worden.
Om 8.30 uur wordt de start gegeven en Luc Deryckere legt er onmiddellijk een hoog tempo op. Het wordt vlug duidelijk dat dit geen rit wordt zoals de andere, het wordt ieder voor zichzelf, vrij tempo dus.
Na 13km te Argelès-Gazost bij het verlaten van de N21 zijn er nog 11 koplopers. Hier krijgen we onmiddellijk een steile klim van 10-13%, daarna gaat het over naar vals plat. Het tempo wordt steeds aangegeven door Luc Deryckere en Roland Coorevits en wanneer de weg terug steiler wordt zijn er opnieuw drie achterblijvers. Door het rustige dorpje Augen zien we reeds de wijzerplaat Arrens, de plaats waar de beklimming begint. De bergtoppen verdwijnen in de donkere wolken. Aan km25 te Arrens, een korte bocht naar rechts doet ons terug naar de kleine plateau schakelen.
Eddy De Groote laat weten dat hier de Soulor begint. Daar het hier bosrijk is en we reeds boven de 1000m hoogte zitten wordt de mist dikker en dikker. Talrijke bochten volgen elkaar op en na een korte tempoversnelling van Pappyn moeten Coorevits en Deryckere de rol lossen zodat nog drie man aan het commando overblijven: Eddy De Groote, Chrispijn Pappyn en Marc Seynhaeve. Doch niet voor lang,wanneer Marc en Eddy het tempo nog opdrijven moet ook Chrispijn plooien en gaat hij volledig de mist in. Op de top van de Soulor geeft Eddy er de brui aan, hij wenst niet verder te rijden wegens de dikke mist en wacht de anderen op. Marc gaat alleen verder tijdens de twee km lange afdaling tussen de Soulor en de Aubisque. Links een heuvelrug van rotspartijen en rechts, ja wie weet niets te zien.
Na een paar korte tunneltjes begint de eigenlijke slotklim van de Aubisque. De top (1709m)wordt bereikt en dit is voor velen zeker zwaar genoeg voor een eerste kennismaking met een Franse Pyrenese col.

Op de foto v.l.n.r Luc Deryckere, Chrispijn Pappyn, Roland Coorevits. Op de tweede rij Norbert Knockaert, Dominique Devos. Op de derde rij Roger Laevens, Michel Putman. Boven Rudy Coopman en Marc Seynhaeve.
Zo komt de rest één voor één naar boven, waar een warme koffie in het Chalet boven, uitgebaat door een dame uit Aalst, ons veel deugd doet. Na het iets optrekken van de mist vangen we de terugweg aan. Bij de afdaling van de Soulor glijdt Norbert Knockaert nog even uit in één van de vele bochten, doch kan zonder erg zijn weg verder zetten. Gezamenlijk komen we terug aan het hotel, waar de camionette al goed gevuld werd met goed verpakte fietsen, vakkundig opgestapeld door Norbert Coreelman. Na ons stortbad kunnen we eveneens onze fietsen keurig en netjes in de wagen plaatsen. De vrije namiddag wordt te baat genomen om de basiliek en nog even de grot te bezoeken en verder in de vele straatjes en winkeltjes rond te slenteren.
Inmiddels is in de vooravond onze volgwagen bestuurd door Raf Vandevoorde en Werner Seynhaeve als begeleider vertrokken voor de terugreis.
Onze treinreis werd gepland om 23.00 uur. De zondag kort na de middag komen we aan in het station van Kortrijk waar de vrouwtjes ons opwachten. Vermoeid en voldaan nemen we afscheid om enkele weken daarna terug elkaar te ontmoeten voor een etentje samen met de vrouwen. We kunnen nagenieten van de talrijke foto’s en dia’s.
Dit was voor ons allen een zeer geslaagde trip die ons nog lang in het geheugen zal blijven.
Auteur: Marc Seynhaeve
Rudy Coopman en Chrispijn Pappyn samen op kop. Twee boezemvrienden naast elkaar Etienne Scherpereel en Etienne Vangheluwe.

John Coorevits en Roger Vandenberghe.

Aankomst in Lourdes. Roger Laevens, Roland Coorevits, Luc Deryckere, Chris van Putten en Raphaël Vandevoorde klinken op de goede afloop.

Genieten in een ontspannende sfeer. Rudy Coopman, Dominique Devos, Marcel Vanackere, Norbert Knockaert.

Werner Seynhaeve, Norbert Coreelman, Willy Himpe en André D'Haene.

Door het zonnige weer kreeg iedereen een bruin kleurtje. Chrispijn Pappyn, Roger Laevens, Roland Coorevits.

Michel Putman, Rudy Santens, Roger Vandenberghe en Marc Seynhaeve die schrikt van de camera.

Blij weerzien na zes dagen in afzondering tussen de echtgenotes Etienne Vangheluwe, mevrouw Scherpereel, Etienne Scherpereel en mevrouw Vangheluwe.

Top