
We verzamelden vanaf 04.00u in de ochtend op de parking van d'Iefte want om 04.30u bracht de bus ons van daaruit naar Rijsel. Bij onze aankomst aldaar (05.15u) moesten we nog even buiten wachten want de deuren van het station Lille Europe schoven maar om 05.30u open.
Om 05.59u vertrok de TGV 5102 richting Avignon. Tijdens de iets meer dan 4
uren durende treinreis werd gelezen in de krant, geslapen of in de bar
vertoefd. Anderen hadden meer geluk en konden een praatje slaan met Tatjana.
Het meisje verkeerde in plaatsgebrek op ons treinstel maar er werd vlug een
plaatsje vrijgemaakt...
Toen we om 10.17u op het perron in Avignon stonden, was het reeds duidelijk
dat het er zeer warm was. Chris van Putten wachtte ons daar op en leidde ons
naar de plaats waar de fietsen reeds mooi rijklaar stonden.
We hadden er nog tijd zat om rustig te eten, eventueel banden van de fiets
op te blazen en ons koersplunje aan te trekken. Gelukkig kon dat onder de
bomen in de nabijheid van het station gebeuren want de zon gaf plankgas.
Tegen dat het tijd was om te vertrekken waren ook Pascal Casteur, Rudy
Cottenies en Nick Lecluyse met de fiets tot bij ons gekomen. Deze 3 mensen
vertoefden daar op vakantie en zouden, zoals vooraf voorzien, de volledige 4
dagen met ons meefietsen.
De 2 gehuurde wagens stonden eveneens rijklaar. In deze wagens reden de 7
meegereisde vrouwen (Mevr. Christiaens, Mevr. Coucke, Mevr. Delabie, Mevr.
Destoop, Mevr. Nuyttens, Mevr. Ravelingien en Mevr. van Putten) 4 dagen door
de Provence.
Er waren ook 2 mensen mee van buiten de club: Daniel Festjens uit Waregem en
Kristof Vanderbeken (zoon van Luc), dit ter vervanging van Rik Degezelle
(handblessure) en Lieven Vandevelde (belet door werk in buitenland). Daniel
Festjens (vriend van Lucien Vandenbroucke) fietste 2 jaar geleden ook met
ons mee, toen we vanuit Tours terug naar Deerlijk keerden.
Na een verkenning van enkele kilometers, om uit het station van Avignon te
geraken, vertrokken we om 11.50u.
Slechts 3 km ver waren we en we hadden reeds héél wat geluk dat we geen averij opliepen. Gelukkig merkte onze chauffeur Freddy Goeminne tijdig op dat de brug waar wij onder moesten slechts 2.50m hoog was, daar waar onze volgwagen 3.20m nodig had om de doorgang veilig door te komen. Chris van Putten reed dan samen met Freddy een andere weg op. We zagen elkaar terug in Sorgues. Daar reden de vrouwen met hun wagen de kortste weg naar Mollans. Wij fietsten op wat kleinere wegen.
Om door het centrum van Avignon te komen moesten we héél wat rode lichten
trotseren. Niet gemakkelijk om met 35 fietsers en een 5-tal wagens deze
grote stad door te komen. Geregeld moesten de eersten terug aan de kant
omdat het 2de gedeelte van de groep terug aan het oranje of rood licht stond
te wachten.
In de open velden en tussen de bomen viel het geluid van de krekels op. Een
lawaai dat goed is voor enkele minuutjes, maar wanneer dit blijft duren
verlangen we naar mooiere liedjes.
Gelukkig konden we tussendoor ook nog genieten van de enorme lavendelvelden
en wijngaarden. We reden door het dorpje Châteauneuf du Pape. Een wijntje
dat ook in Vlaanderen goed gekend is.
Dat genieten gebeurde op wegen die helemaal niet vlak waren. Het is dan ook
verwonderlijk dat in de volksmond wordt gezegd dat de Mont - Ventoux daar
helemaal alleen ligt. Waarschijnlijk iets dat uit de mond komt van mensen
die de streek nog niet met de fiets verkenden. De Mont - Ventoux zelf, die
zagen we reeds van bij het buitenkomen van Avignon. Je zou denken: ik rij er
zo naartoe, dit zou een verkeerde gedachte zijn, want de kale berg is dan
nog zo'n 60km van ons verwijderd.
Aan km 60 moesten we voor de eerste keer aan de kant voor een lekke band,
dit voor Tony Eggermont. Het was hier wel zeer opvallend dat de rest van de
groep allemaal schuilde onder 1 boom. Elk klein stukje schaduw was
welgekomen. Er was voor sommigen zelfs een stukje overhalen bij om terug op
de fiets te klimmen en terug in het zog van uitstapleider Chris van Putten
te komen.
Even daarna, na 65km werd aan de rand van de weg onder de bomen een pauze
ingelast. We hielden halt van 15.00u tot 15.25u. Het koele drankje dat we
door Freddy kregen aangeboden, werd door iedereen in dank aangenomen. Bijna
direct na de hervatting moesten we de helling op tussen Visan en St. Maurice
Sur Eygues. Even verderop, net voorbij Cairanne wachtte ons nog de Col
Débat, een helling van 4de categorie.
Het lastige parcours van vandaag zorgde reeds voor 4 opgevers: Hedwig
Delabie na 53km, Dick De Leersnijder na 68km, Luc Destoop na 70km en Chris
van Putten na 90km. De 2de lekke band van vandaag was voor Eddy Sergeant,
dit na 89km.
We kwamen aan bij ons hotel, 'Saint Marc', in Mollans sur Ouvèze na 95km, het was toen ongeveer 17.00u. De fietsen mochten er in de grote garage geplaatst worden, maar door het vele gerief dat zich in deze garage bevond was het toch nog uitkijken voor een geschikt plaatsje. Dit alles nadat Freddy ons opnieuw had voorzien van een cola of orangina die lekker fris aanvoelde. Het avondeten had plaats om 19.30u. We hadden dus nog ruimschoots de tijd om ons in alle rust te wassen, te voorzien van verse kledij en een drankje te nemen op het terras van het hotel.
Het avondeten zelf was lekker en zeker genoeg. Door het lekker weertje was het buiten zeer gezellig en konden we nog even de streek verkennen. Het kleine dorpje was rijk aan terrasjes. Zeker genoeg om eens lekker de benen te strekken en te genieten van een wijntje of een biertje. Zelfs een Leffe was hier niet onbekend. De meerdaagse was goed ingezet.
Veel minder leuk was het gerucht dat werd verspreid dat een poging tot
inbraak werd vastgesteld in de volgwagen van Robert Vanden Driessche. Deze
was blijkbaar goed op slot, of werden de daders opgeschrikt. Feit was dat de
schade beperkt bleef tot een geschonden slot. Het zou héél wat minder
geweest zijn moesten er fietsen of andere spullen uit de kelder of onze
volgwagen ontvreemd zijn. De mensen die meefietsten naar Compostela weten
dat maar al te goed.
Na ongeveer 5km hadden we op weg naar Bédoin een colletje te verwerken: ons voorgerecht: de 6km lange Col de la Madeleine (klein broertje van...).
Na 24km kwamen we aan in Bédoin. Een historische plaats omwille van zijn
ligging. Voor wielrenners en wielertoeristen is dit een plaats die gekend is
als de startplaats naar de berg der bergen. Toen we daar aankwamen, hielden
we nog een korte halte om een foto te nemen. Dit was helemaal niet
gemakkelijk omdat dit op een drukke weg diende te gebeuren. Daarna klonk het
startschot en konden we beginnen aan ons hoofdgerecht: de 21km lange
beklimming van de Mont - Ventoux. De eerste 5km van deze helling zijn nog
maar vals plat en kunnen bereden worden met het grote plateau. We passeerden
in die 5km de gehuchten Sainte Colombe en Les Bruns. We konden hier nog even
warm draaien, eten en / of drinken vooraleer we aan het grote werk begonnen.
Wanneer mensen in de voor ons tegenovergestelde richting naar beneden
fietsen moeten de bewoners van dit dorpje vast doodsangsten uitstaan gezien
de zeer hoge snelheden waarmee renners vaak richting Bédoin fietsen of
vliegen. Daarna moet de dérailleur (en onze benen) zijn werk doen want de
grote platteau kan dan wel vergeten worden wanneer we in het bos terecht
kwamen.
Na 5,5km begon dan de echte klim en konden we meteen testen als onze
dérailleur nog zijn werk deed want in het dorpje St. Estève verdwijnt de weg
in het bos en verandert het vals plat in een stijgingspercentage dat
varieert tussen de 9 en de 11%. De weinige wind had hier tussen de bomen
weinig kans maar de warmte was er niet minder om. Gelukkig waren de
meegereisde vrouwen en de vrouwen van de mensen die daar op verlof waren
zeer behulpzaam en voorzagen ze ons waar het kon van een beetje drinken of
een spons. Het waren verfrissingen die zeer veel deugd deden. Ook Hedwig en
Freddy reden voortdurend mensen voorbij om even later opnieuw aan de kant te
gaan om drinken aan te geven. De volgwagen van Freddy deed ook dienst als
opvang want Robert Vanden Driessche was nog niet hersteld van zijn
maagproblemen en moest zo bij Freddy plaatsnemen.
De klim door het bos is 10km lang maar duurt een eeuwigheid. we zagen
nauwelijks 200m ver door de vele bochten, maar eenzaam waren we er niet want
er zijn hier altijd veel fietsers te vinden. Van alle soorten: trage, minder
trage, rappe en zeer rappe. Zeer veel aan dit gezelschap hadden we niet want
een babbeltje slaan zat er niet in.
Na 14km werd het bos wat dunner en verlangden we naar Chalet Reynard. Dit
was een punt waar we naar uitkeken want we telden daar 15km van de
beklimming en moesten dus nog 6km klimmen. De kale top blonk reeds in ons
gezichtsveld en dat gaf ons nieuwe moed. De wegen waren nu breder en de weg
ging een beetje minder steil naar omhoog. We kregen er prachtige zichten, we
konden zien waar we vandaan kwamen en dat was heel diep. Even konden we een
beetje groter schakelen. Lang duurde dit echter niet want wie dacht dat, nu
de top in zicht was, het plots veel vlugger ging gaan, kwam een beetje
bedrogen uit.
Het beste was om niet teveel naar die hoge toren te kijken omdat die niet
vlug nader bij ons kwam. Op enkele kilometers van de top passeerden we het
beeld van Tom Simpson. Iets wat we al veel op t.v.hadden gezien maar nu
zagen we het live. Het lijkt er wel een bedevaartsoord voor fietsers uit
alle landen, getuige daarvan zijn alle spullen die er worden achtergelaten.
Eenmaal boven gekomen, kregen we een uniek gevoel. Na de laatste S-bocht
werden we getrakteerd op bewonderende blikken van mensen die met de wagen
naar boven waren gereden en werden we verwelkomd door collega fietsers die
net als wij de top hadden bereikt. Boven hadden we welgeteld 45km op de
teller staan. Alhoewel het voor ons geen wedstrijd was geven we toch even
het podium mee: Rudy Cottenies was onze primus voor Frank Devos die het duo
Gino Desmet en Frederic Tavernier voorafging. Als laatsten kwamen Luc
Destoop en Marc Vanhollebeke naar boven gefietst. Zij hadden even voet aan
de grond moeten zetten ter hoogte van Chalet Renard en aan het beeld van Tom
Simpson. Maar ook zij verdienen een even grote pluim als alle anderen!
Om boven op de anderen te wachten was het helemaal niet erg. Integendeel
zelfs. Het was boven op de top tussen de 20 en de 25°C en er was zeer weinig
wind. Volgens mensen die de beklimming reeds verschillende keren hebben
gedaan is dit eerder uitzonderlijk en is het boven meestal frisser en is er
daarenboven veel meer wind. Wij konden dus genieten van de prachtige zichten
en konden foto's nemen van het dieper gelegen plateau. Het doel was bereikt.
Met ons kleine fietsje en onze kleine beentjes hadden we een berg opgereden
van 1.912m. Opnieuw konden we een stukje geschiedenis bijschrijven in onze
nu al zeer rijke wielertoeristengeschiedenis.
Wanneer iedereen op adem was gekomen vatten we de afdaling aan. Een gebeuren
dat niet zonder risico was. Velen onderschatten het gevaar niet want met
uitzondering van enkele leden had bijna iedereen de helm op het hoofd.
Alvast een verstandige beslissing. Ook een bril was aangeraden om tegen hoge
snelheid geen vliegjes in de ogen te krijgen, maar gelukkig waren er weinig
van deze beestjes aanwezig vandaag.
In de afdaling had Frederic Tavernier met een lekke band af te rekenen.
Gelukkig is hij een goede piloot zodat hij niet tegen het asfalt terecht
kwam.
Helemaal beneden was er een plaats waar we konden eten. In een mooi grasperk
met bomen konden we in de schaduw plaatsnemen. De betonnen tafels en banken
waren helemaal geen
probleem. We hadden al grotere ongemakken gehad vandaag... Vlak voor het
vertrek werd beslist om de rit wat in te korten omwille van de verloren tijd
door het wachten boven en de grote hitte.
We pauzeerden er van 14.10u tot 15.00u en hadden bij aankomst 66km.
De laatste 40km die ons scheidde van ons hotel waren niet van de poes. Het parcours vertoonde geen meter vlak. We moesten op een weg die lichthellend was en alsmaar smaller werd. Na een 6-tal kilometers kregen we dan een ferme klap te verwerken. De weg veranderde van asfalt naar grote stenen. Voor ons was er geen doorkomen aan. De helling was dus voor niets geweest. Allemaal naar beneden dus waar we terug de juiste weg moesten weten te vinden. Die weg was eigenlijk minder logisch omdat we door een zeer smalle doorgang moesten waar onze volgwagen met moeite door kon. Luc Destoop vond het parcours boven zijn petje groeien en besloot de laatste 25km in de volgwagen plaats te nemen.
Op één van de hellingen werd dan nog eens het vrije tempo toegepast. We waren toen op 15km van het hotel. Jammer dat de koplopers het niet meer nodig vonden om op de groep te wachten en we helemaal in afzonderlijke groepen of alleen binnenkwamen. Het was rond 17.00u (97km) toen we aan het hotel aankwamen. De fontein op 100m van het hotel deed goed haar werk. Bijna iedereen deed schoenen en kousen af om de voeten een frisser gevoel te geven. Daarna werden er nog boodschappen gedaan want door het warme weer zaten we reeds door onze voorraad water, cola en orangina heen.
Na het avondeten van 19.30u konden we genieten van het feest in het dorp.
Eén keer per jaar is het feest in het dorp. Het geluk stond dus aan onze
kant. We konden een glaasje meer drinken om onze flinke sportieve prestatie
van vandaag. Of had Frederic Tavernier een feestje opgezet naar aanleiding
van zijn verjaardag? Feit was dat het leuk was. De schaars geklede
zangeresjes hadden bijval. En wij? Wij genoten van het spektakel, dronken
met mate en dansten zelfs op de muziek. De meerdaagse zou niet meer kunnen
mislopen.
Enkel de terugtocht naar het hotel verliep voor sommigen wat moeilijker dan
gehoopt. Door de geringe straatverlichting was het niet makkelijk om het
hotel terug te vinden. En dan lagen er ook nog kabels van de
muziekinstallatie over het wegdek zeker...
Het parcours was opnieuw zeer zwaar vandaag. Getuige daarvan was onze kilometerteller die na 1 uur fietsen slechts 20km aangaf. Daar werd reeds even halt gehouden om de bidons te vullen en van de plaatselijke waterkraantjes te genieten, want de hitte was op dat uur (09.45u) goed voelbaar. We hadden er dan al wel de Col de St. Amand opzitten, een 6km lange maar zeer mooie beklimming, gedeeltelijk tussen de bomen.
Even daarvoor had onze Ondervoorzitter Luc Destoop heksentoeren moeten uithalen om niet tegen grote snelheid op de grond terecht te komen: na in een putje gereden te hebben was hij de controle over het stuur kwijtgeraakt en kwam met zijn borst op het stuur te liggen. Met grote ongecontroleerde snelheid reed hij recht naar Romain Ravelingien maar gelukkig ging het wegdek plots terug bergop zodat de snelheid flink afgeremd werd en Luc zijn stuur terug kon vastnemen. Getuigen vreesden hier echt wel voor erge gevolgen.
In het eerste gedeelte van onze dag hadden we onderweg nog enkele
beklimmingen te doen, maar zoals we reeds eerder meldden kunnen we niet alle
hellingen opsommen omdat het hier eigenlijk nooit plat is en men van de
kleinere bergjes niet praat.
Na 50km werd er dan nog eens halt gehouden om de bidons te vullen want we
reden nu door het wondermooie Gorges de la Nesque en moesten het nu zo'n
25km doen zonder volgwagen. Dit om de eenvoudige reden dat de doorgang niet
hoog of breed genoeg was om onze volgwagen zonder schrammen te laten
passeren.
Van meet af aan was het duidelijk dat we in een schilderachtig mooie streek
reden. De hellingsgraad viel ook al mee. Tussen de 2 en de 5%, maar wel 25km
lang. De betere klimmers kozen ervoor om er een wedstrijdje van te maken.
Voor hen was dit een ongekende luxe. 25km lang het volle pond mogen geven!
De anderen, zeg maar de 'bus', koos ervoor om te genieten. Genieten van de
mooiste streek die we in onze 4-daagse doorkruisten. Nog anderen zegden
zelfs dat dit wel eens de mooiste rit uit de geschiedenis van de Deerlijkse
wielertoeristen zou kunnen zijn. Er werden dan ook foto's aan de lopende
band genomen want dit mocht zeker niet ontbreken. Het leken wel getrukeerde
beelden. Aan onze linkerkant hadden we rotsen en aan onze rechterkant zagen
we unieke vergezichten. Geen woorden voor!
Ondervoorzitter Luc Destoop kreeg achteraan bijstand door Nick Lecluyse daar hij het tempo van de bus niet kon aanhouden.
Eenmaal uit de zone van Gorge de la Nesque, stonden de koplopers ons aan de volgwagen van Freddy en Carine op te wachten. Dat het warm was, bewees het feit dat er daar maar liefst 60 plastic flessen water van 1,5 liter werden opgesoupeerd. Ook de boordcomputer op de fiets van Lieven Casteele gaf hoge temperaturen aan: 42°C!!!
Toen iedereen bij de groep en op adem was gekomen werd uitgekeken naar een geschikte plaats om te kunnen eten. Eerst was een plaatsje aangeduid maar door de aanwezigheid van niet gewenste mieren werd overgegaan naar een andere plaats. Daarvoor moesten we wel naar het hogerop gelegen Sault. Het voordeel hiervan was wel dat we dan net na het eten deze helling niet hoefden op te rijden.
Dat eten gebeurde op een klein pleintje. We hadden toen 74km en pauzeerden van 13.10 tot 14.30u. Gelukkig konden we er op verschillende banken in de schaduw zitten want het was bloedheet. Enkele plaatselijke bejaarde kaarters hadden het er wel duidelijk moeilijk mee dat we even hun plaatsje innamen en probeerden ons er zelfs van de banken te jagen. Het probleem werd op een vriendelijke manier opgelost: de mannen haalden dan maar een eigen tafel en stoelen erbij zodat ze toch nog konden een kaartje leggen.
Daar werden we er ons ook nog meer van bewust dat we de juiste keuze hadden gemaakt om de beklimming van de Mont Ventoux vandaag niet meer te doen. In de namiddag, bij temperaturen van meer dan 35°C zou het zeker onverantwoord zijn om de Kale berg nog eens op te fietsen.
Na de pauze was het parcours veel gemakkelijker en kon het kopwerk een beetje worden verdeeld. Luc Destoop besliste om in de volgwagen het resterend parcours mee te rijden.
Na enkele kilometers hadden we op onze linkerkant terug een prachtig zicht op de Ventoux. We lieten hem zoals eerder gezegd 'links' liggen.
Op zo'n 10km van het eindpunt hadden we nog een helling te verwerken. En wat voor één. Kenner van de streek Nick Lecluyse gaf de raad aan Ludovic en Chris om het verlossend fluitsignaal te laten horen zodat aan een vrij tempo kon gefietst worden. Hij had geen ongelijk.
Want de helling bleef maar duren. Het was opvallend dat we enkele keren dachten: daar bij die bocht zijn we boven, maar eenmaal daar merkten we op dat dit niet juist was en legden we het doel bij de volgende bocht. Doch, weerom was dit een verkeerde gedachte.
We hadden ongeveer 117km toen we omstreeks 16.00u aankwamen aan het hotel. Dit niet voordat we opnieuw met onze voeten in de plaatselijke fontein hadden plaatsgenomen.
Het avondeten was opnieuw om 19.30u maar zoals we de laatste jaren een beetje gewend zijn biedt de club dan een glaasje aan. Dit werd vergezeld van een hapje. Tijdens deze receptie werd er ook een woordje gesproken door de voorzitter en erevoorzitter. Er volgde ook nog een mooie verrassing. Frank Devos had er samen met Nick Lecluyse en Ludovic Coreelman voor gezorgd dat iedereen een trofee in ontvangst mocht nemen. Een trofee die door bovenvermelde personen zelf werd gemaakt met een steen van op de Mont - Ventoux. Iets met een zeer emotionele waarde dus. Daarna konden we aan tafel gaan en mochten we opnieuw genieten van een stevig en verzorgd avondmaal. Na het eten konden we opnieuw de straat op. Ver hoefde het niet te zijn. Als we maar plezier hadden. En dat hebben we daar zeker gehad! Wees daar maar zeker van.
De eerste kilometers waren in dalende lijn maar na 12km kregen we een pracht
van een helling voor de wielen geschoven: de Col d' Ey. Een zeer mooie
helling met zeer scherpe bochten en bijna steeds hetzelfde
stijgingspercentage. Het klinkt een beetje saai steeds te moeten lezen dat
het mooi was en dergelijke, maar mensen die mee geweest zijn zullen dit zeker
niet tegenspreken.Toen we terug aan het hotel kwamen, hadden we in totaal slechts 34km en was het 10.40u. Daardoor hadden we nu plots meer tijd om ons naar behoren te wassen en klaar te maken voor de terugtocht. Het liet ons ook toe even te helpen bij Walter Coucke om de fietsen op een ordentelijke manier terug in de volgwagen te plaatsen. Daarna werden ook de tafels klaargezet voor de laatste lunch.
En toen was het tijd om alles klaar te zetten want de bus zou ons om 12.30u
komen ophalen.
Deze bracht ons zoals afgesproken naar het 80km verder gelegen Avignon.
Gelukkig moesten we niet met deze bus naar Deerlijk want de temperatuur was
er bijna niet uit te houden.
Het was 13.40u toen we aan het station van Avignon aankwamen. De temperatuur konden we daar aflezen: 42°C. U leest het goed, tweeënveertig! We gingen dus allemaal vlug naar binnen om een beetje koelte op te zoeken en onze valiezen af te geven. Het was de bedoeling dat we in het station onze bagage ergens veilig konden wegbergen om dan misschien de stad Avignon in te trekken. Groot was de ontgoocheling toen bleek dat er nergens een plaatsje ter beschikking was. Voor sommige mensen bleek dit geen onoverkomelijk probleem daar zij verkozen om lekker uit te rusten op een plaats die voorzien was van tafels en stoelen. Deze legden daar een kaartje, lazen de krant of sliepen om de tijd te doven. Anderen gingen toch naar de stad, bezochten het koelere winkelcentrum of sluierden wat in het station rond.
Om 18.41u vertrok de TGV die ons naar Rijsel bracht. Daar wachtte de bus die
ons naar het Brouwershof bracht.
==================


































