
Zaterdag 22 juli, vandaag is het zover, precies 1 jaar na de eerste geruchten
maak ik vandaag de stap van gewone wielertoerist naar Ventourist. De dag
voordien was ik vol vertrouwen op de TGV gestapt, de voorbereiding met o.a. de
Halle rit, de bergrit rond Ronse en de Nijverheidsprijs hadden me gerustgesteld,
de conditie was o.k. Helaas, de rit van Avignon naar Mollans met onderweg twee
te verwaarlozen colletjes hadden me met de neus op de feiten gedrukt en het
vertrouwen een ferme deuk gegeven. Zou ik mijn ambities moeten bijstellen? Een
plaats in de top-10 en een tijd onder de twee uur was immers de doelstelling.
Met een hoofd vol twijfels schoof ik aan voor het ontbijt, drink ik melk, of zal
dit teveel oprispen? Fruitsap dan maar, 1 of 2? Moet ik straks dan midden de
klim niet stoppen om te plassen? Bruin brood of een iets vettiger croissant? Ik
kies toch voor het laatste maar bemerk dat ik iets zuiniger ben met het beleg
dan anders. Nog een laatste toiletbezoek en de fiets op richting hemel of wordt
het de hel?
De rit naar Bédoin zorgt toch voor een beetje rust in het hoofd, het
tussencolletje wordt vlot genomen, er is zelfs tijd om nog een energiereepje te
verorberen in volle klim. Ik zie het weer helemaal zitten, maar de start in
Bedoin verloopt een beetje chaotisch voor mij. Door een laatste plaspauze en
twijfels over welke mondvoorraad er in de achterzak moet mis ik zowel de
groepsfoto als de start.
Dus direct achtervolgen geblazen, dit begint goed flitst het door mijn hoofd.
Eenmaal aansluiting met het peloton stoot ik onmiddellijk door naar voren, zijn
de mannen van mijn kaliber er nog bij of zijn ze al weg? Soit, meer dan vals
plat is dit hier niet ik rij stevig door. Zo rijd ik al vlug voor de grote groep
in plaats van erachter samen met een tweetal collega’s waarvan ik op voorhand
dacht dat ze min of meer in mijn buurt zouden zitten op de klim. We krijgen ook
nog het gezelschap van een flink uit de kluiten gewassen Brit die ons vroeg:”First
time?”. We denken dat hij het over de Ventoux heeft en antwoorden positief. Hij
peilt verder nog naar onze verwachtingen, bleek dat die min of meer dezelfde
waren nl. two hours. De Brit neemt prompt het commando van het groepje en jaagt
het tempo een stuk de hoogte in. Mijn twee “medevluchters”besluiten al vlug een
beetje meer op reserve te rijden, maar ik dacht, ik ben hier nu, ik ga ervoor.
Een km. verder heeft mijn Britse maat echter reeds zijn beste kruit verschoten
en sta ik er na nauwelijks 4km alleen voor. Heel gezwind neem ik de bocht in
St.Estève het bos in.
Ik hou voortdurend mijn km-teller in de gaten en mijn
uurwerk, 7km achter de rug in minder dan een half uur, ik begin stilletjes aan
te dromen van een tijd van 1u30.Een beetje verder gaat het plots heel wat
moeizamer, ik kijk naar mijn verzet, 39 x 28 zoals vooraf gemeld, maar ik krijg
de molen nauwelijks rond. Ik kijk meer achteruit dan vooruit. Volgens Michel
Wuyts is dit nooit een goed teken. De witte stip die ik al een tijdje voor mij
zag rijden wordt met de minuut kleiner terwijl de stippen achter mij groter en
talrijker worden. Ik word voorbij gestoken door een clubgenoot, geen erg, ik
schat zijn klimcapaciteiten hoger in dan de mijne. Nog één, iemand van mijn
“weegaarde”, dit komt al hard aan, …nog één, iemand die 15 jaar ouder is dan ik
en tenslotte nog zo’n flandrien. De moed is volledig weg, ik blijf omkijken en
verwacht elk moment “de bus”. Ik ben nog niet eens halfweg en vloek op mijne
fiets dat het niet mooi meer is. Mijn petje, mijn bril, alles moet weg! Ik
besluit toch maar mijne tripel te gebruiken en een tandje kleiner te rijden…en
nog ééntje kleiner, de ademhaling herstelt zich nu vliegensvlug, eten flitst het
door mijn hoofd, nu het nog kan. Ik sleep me door het bos na elke bocht
uitkijkend of er iemand van het bevoorradingsteam te zien is. Met de beste 10
naar boven, onder de twee uur? Het kan me allemaal gestolen worden, boven
geraken is nu nog de enige opdracht.
Plots klaart het uit dit moet het einde van het bos zijn, en zie ik daar niet
iemand rijden die me een half uurtje voordien voorbijgestoken heeft? Inderdaad
en tegelijk komt er nog iemand uit de achtergrond terug. We wachten elkaar op en
besluiten het laatste luik gezamenlijk af te leggen. Het uitzicht na de eerste
bocht in het maanlandschap is werkelijk fenomenaal, maar algauw blijkt hoe
moeilijk het is om een “grupetto”te vormen op een
col.”Niet te rap”: roept er steeds iemand van ons trio.
Omdat ik niet echt over een killerinstinct beschik,
laat ik het tempo wat zakken. Op de paaltjes naast de weg kunnen we de afstand
naar de top aflezen, 3,1km, dat is nog een nieuwe kwaremont en we zijn er flitst
het door mijn hoofd. Voor het eerst sedert lang begin ik weer te rekenen, de
twee-uur grens halen lijkt nu plots nog een fluitje van een cent. 2,6 lees ik op
de paal en plots lijkt dit veel verder dan de 3,1 van daar straks. In de verte
zie ik een witte trui rijden, en nog één, en nog één…….. Rijden is veel gezegd,
ze staan bijna stil! Het competitiebeest in mij haalt toch de bovenhand, ik deel
nog mijn laatste suikersnoepjes met de collega’s en rijd mijn eigen tempo
verder. Nog een tijdje met twee, een beetje verder alleen, op zoek naar gekende
gezichten. De laatste km. raap ik nog 3 lijken op, meer dan een kort bemoedigend
woordje kan er niet meer vanaf. Alle lucht die ik binnenhap is bestemd voor het
bevoorraden van de spieren.
De zo gevreesde laatste km. blijft het redelijk vlot
lopen, het totaal ontbreken van de mistralwinden zal daar niet vreemd aan zijn.
Nog één steile bocht, buitenkant nemen kan niet door de afdalende wagens, de
steile binnenkant dan maar, het is buigen of barsten, zowel in de benen als voor
de ketting. Ik kijk naar de klok: 1u46 en ik tel de gekende clubtruien:7. De
ambities werden toch nog waargemaakt ondanks de vele twijfels onderweg. Ik draai
me om en zie één voor één de clubmakkers bovenkomen allemaal op hun manier,
tevreden, trots, zelfs hier en daar een beetje ontroering op de gezichten. Dan
besef ik het tenvolle, tijd en plaats spelen hier geen rol, de berg bedwingen
daar ging het om!
Een tevreden Ventourist.
Auteur: Claude Chantrie